Parlementaire vraag nr. 20 van de heer Dirk Van der Maelen van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 20 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/158 dd. 25.04.2014, blz. 92

Aanslagen van ambtswege. - Aanpassing van de forfaitaire minima

VRAAG (van de heer Van der Maelen)

De berekening van de forfaitaire (minimum)winst die belastbaar is bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte door een onderneming gebeurt volgens de bepalingen van artikel 182 KB/WIB 1992. Bovendien is het zo dat de regering in 2006 beslist heeft dat vastgestelde winst in geen geval lager mag zijn dan 19.000 euro. De bedragen die gebruikt worden om de forfaitaire minimumwinst te berekenen naargelang de sector dienen aangepast te worden. Deze bedragen werden al vele jaren niet meer aangepast, ze werden zelfs niet geïndexeerd. Begin april 2006 stelde u in uw antwoord op mijn vraag nr. 905 van 26 augustus 2005 dat "het onderzoek met het oog op de eventuele aanpassing van de forfaitaire minima ten spoedigste zal worden uitgevoerd" (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22217). In uw antwoord op mijn vraag nr. 13189 van 29 november 2006 stelt u dat "het onderzoek betreffende de aanpassing van de forfaitaire minima aangaande artikel 342, § 3, WIB 1992 nog altijd lopende is" en dat "wij proberen de resultaten van dit onderzoek te hebben voor het aanslagjaar 2007" (Integraal Verslag, Kamer, 2006-2007, commissie voor de Financiën, 29 november 2006, CRIV 51 COM 1112, blz. 5). ln uw antwoord van 26 februari 2007 op mijn vraag nr. 1510 van 19 december 2006 stelt u: "Mijn administratie deelt mij mee dat het onderzoek betreffende de aanpassing van de forfaitaire minima beoogd in artikel 342, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bijna voltooid is" (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2006-2007, nr. 156, blz. 30249). ln uw antwoord van 20 januari 2009 op mijn schriftelijke vraag nr. 50 van 14 januari 2009 stelt u dat het onderzoek van de Administratie is afgerond en dat de cijferberoepen hun advies en bevindingen hebben overgemaakt aan de fiscale cel van de staatssecretaris toegevoegd aan de minister van Financiën dat het dossier onderzoekt (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2008-2009, nr. 46, blz. 38).

1. Wat is de huidige stand van zaken betreffende de aanpassing van de forfaitaire minima?

2. Met betrekking tot de vennootschapsbelasting en elk van de aanslagjaren 2007, 2008 en 2009:

a) Hoeveel aangiften werden van ambtswege ingekohierd? Graag een uitsplitsing per Gewest.

b) Hoeveel van die aangiften zijn getaxeerd op basis van een aangifte? Graag een uitsplitsing per Gewest.

c) Hoeveel vennootschappen hebben geen aangifte ingediend? Graag een uitsplitsing per Gewest.

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. Zoals een van mijn voorgangers reeds heeft geantwoord, werden de resultaten van het onderzoek betreffende de forfaitaire minima bedoeld in artikel 342, §3 WIB92 in 2009 overgemaakt aan de fiscale cel van de toenmalige Staatssecretaris. De Administratie heeft toen geen opdracht gekregen om deze minima aan te passen. Een actualisering van het gedane onderzoek lijkt intussen noodzakelijk.

2. De Algemene Administratie van de Fiscaliteit (AAFisc) wenst het percentage niet-ingediende aangiftes zoveel mogelijk te herleiden tot nul. Om dit te bereiken worden sinds een aantal jaren herinneringsbrieven gestuurd, worden er voor de hardnekkige niet-indieners aanslagen van ambtswege gevestigd en worden er boetes opgelegd. De AAFISC heeft ook een performantie-indicator ontwikkeld, waardoor vanaf het aanslagjaar 2010 het aantal niet ingediende aangiften kan worden opgevolgd, evenals het aantal aanslagen van ambtswege wegens gebrek aan aangifte. Voor de vorige aanslagjaren zijn deze cijfers niet beschikbaar. Voor de gegevens van latere aanslagjaren kan worden verwezen naar vraag nr .682 gesteld door de heer Peter Logghe en vraag nr. 219 (voorheen 649) van het geachte lid.