Parlementaire vraag nr. 489 van de heer Pinxten van 16.03.1993

VRAAG 93/489
Bull. nr. 730, pag. 2376
Schuldsaldoverzekering - Aftrek - Splitsing
Schuldsaldoverzekeringen die een hypothecaire lening waarborgen die is aangegaan om een woning te bouwen, verbouwen of kopen, zijn aftrekbaar van het totale beroepsinkomen ingevolge artikel 81, 2°, van het WIB 1992. Indien die lening werd aangegaan om een woning te verwerven die de eigenaar gedeeltelijk voor de uitoefening van zijn beroep gebruikt, zou men naar analogie van de aftrek van interesten en kapitaalaflossingen kunnen zeggen dat de premie van schuldsaldoverzekering eveneens moet worden opgesplitst in een privé-gedeelte en een beroepsgedeelte. Het privé-gedeelte van de premie is dan aftrekbaar volgens artikel 81, 2°, van het WIB 1992, en het beroepsgedeelte van de premie als bedrijfsuitgave volgens artikel 49 van het WIB 1992.
Is die interpretatie juist ?
ANTWOORD :
Ik deel de zienswijze van het geacht lid niet.
Noch de bepalingen van het inmiddels opgeheven artikel 81, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, noch die van artikelen 145^1, 2° en 145^17, 1°, van hetzelfde wetboek die een belastingvermindering voor premies van individuele levensverzekeringen (waaronder die van schuldsaldoverzekeringen) invoeren, maken een onderscheid tussen verzekeringscontracten van louter privé-aard en contracten die met een beroepswerkzaamheid verband houden.
Dat impliceert dat dergelijke premies niet als beroepskosten kunnen worden afgetrokken, doch in beginsel voor het volledig bedrag in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de voormelde wetsbepalingen (zie ook nr. 44/447 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen).
Overigens wens ik er nog op te wijzen dat, in tegenstelling tot wat het geacht lid voorhoudt, de omstandigheid dat de woning in kwestie gedeeltelijk beroepsmatig wordt gebruikt, evenmin een beletsel vormt voor de toepassing van de belastingverminderingen voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen. Die aflossingen moeten derhalve ook niet tot het privé-gedeelte van de lening worden beperkt (cf. antwoord op de vraag nr. 396 van 21 januari 1993 van de heer Berben, zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 49, van 1 maart 1993, blz. 4111).