Parlementaire vraag nr. 1060 van mevrouw Pieters van 30.09.1997
VRAAG 97/1060
Vraag nr. 1060 van mevrouw Pieters dd. 30.09.1997
Bull. nr. 781, pag. 793
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 112, blz. 15252
Motivering bestuurshandeling. - Aanslag van ambtswege.
VRAAG
Ingevolge permanente onderrichtingen bij de Administratie der directe belastingen wordt in geval van het niet-antwoorden op een bericht van wijziging van aangifte of op een kennisgeving van aanslag van ambtswege geacht dat het om een "stilzwijgend akkoord" gaat.
In een dergelijk geval moet het belastingdossier voor taxatie zelfs niet meer om advies worden voorgelegd aan de bevoegde eerstaanwezend inspecteur A.
Op welke wetgeving wordt gesteund om een dergelijke handelwijze afdoende te motiveren in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen?
ANTWOORD
De Administratie der directe belastingen heeft geen onderrichtingen uitgevaardigd die stellen dat het niet antwoorden op een bericht van wijziging of een kennisgeving van aanslag van ambtswege gelijk staat met een stilzwijgend akkoord.
Wel is het zo dat de bepalingen van de artikelen 346, derde lid, en 351, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 toelaten de aanslag te vestigen op grond van de in het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege vermelde grondslagen zodra de in die teksten vermelde antwoordtermijn is verstreken.
Het toepassen van die wettelijke bepalingen kan niet worden beschouwd als een bestuurshandeling die moet worden gemotiveerd in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Vraag nr. 1060 van mevrouw Pieters dd. 30.09.1997
Bull. nr. 781, pag. 793
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 112, blz. 15252
Motivering bestuurshandeling. - Aanslag van ambtswege.
VRAAG
Ingevolge permanente onderrichtingen bij de Administratie der directe belastingen wordt in geval van het niet-antwoorden op een bericht van wijziging van aangifte of op een kennisgeving van aanslag van ambtswege geacht dat het om een "stilzwijgend akkoord" gaat.
In een dergelijk geval moet het belastingdossier voor taxatie zelfs niet meer om advies worden voorgelegd aan de bevoegde eerstaanwezend inspecteur A.
Op welke wetgeving wordt gesteund om een dergelijke handelwijze afdoende te motiveren in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen?
ANTWOORD
De Administratie der directe belastingen heeft geen onderrichtingen uitgevaardigd die stellen dat het niet antwoorden op een bericht van wijziging of een kennisgeving van aanslag van ambtswege gelijk staat met een stilzwijgend akkoord.
Wel is het zo dat de bepalingen van de artikelen 346, derde lid, en 351, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 toelaten de aanslag te vestigen op grond van de in het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege vermelde grondslagen zodra de in die teksten vermelde antwoordtermijn is verstreken.
Het toepassen van die wettelijke bepalingen kan niet worden beschouwd als een bestuurshandeling die moet worden gemotiveerd in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Bron: FisconetPlus
