Parlementaire vraag nr. 1213 van de heer Peter Vanvelthoven van 04.10.2016

Parlementaire vraag nr. 1213 van de heer Peter Vanvelthoven dd. 04.10.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/095 dd. 16.11.2016, blz. 277

De liquidatiereserve

VRAAG (van de heer Vanvelthoven)

Met ingang van het aanslagjaar 2015 kan een vennootschap bij de opmaak van de resultaatverwerking opteren om haar boekhoudkundige winst na belastingen geheel of gedeeltelijk aan te leggen als liquidatiereserve (artikel 184quater WIB 92). Voor het belastbaar tijdperk waarin een liquidatiereserve wordt aangelegd zoals bedoeld in artikel 184quater WIB 92, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd van 10 % op de winst van het boekjaar na belastingen dat via de resultaatverwerking bestemd is als liquidatiereserve (artikel 219quater WIB 92).

1. Wat is het totale bedrag dat als liquidatiereserve werd aangelegd voor respectievelijk aanslagjaar 2015 en aanslagjaar 2016?

2. Wat is de overeenkomstige opbrengst van de afzonderlijke aanslag die werd betaald naar aanleiding van de aangelegde liquidatiereserves voor respectievelijk aanslagjaar 2015 en aanslagjaar 2016?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Het totale bedrag, gevormd als liquidatiereserve gedurende het aanslagjaar 2015, beloopt momenteel 2.755.535.933,59 euro. De opbrengst van de gespreide taxatie aan het afzonderlijke tarief van 10 %, betaald gedurende de opbouw van de liquidatiereserves in hetzelfde aanslagjaar, bedragen 274.699.579,79 euro. Er dient te worden opgemerkt dat de betalingen niet altijd 100 % de vastgestelde rechten volgen. Het gaat nog om voorlopige cijfers, aangezien de aanslagtermijn van drie jaar, voorzien in artikel 354, 1ste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, steeds loopt. Wat betreft het aanslagjaar 2016 zijn de beschikbare gegevens vandaag nog niet representatief aangezien de inkohiering nog maar pas is begonnen. De gegevens zullen beschikbaar zijn vanaf september 2017.