Parlementaire vraag nr. 56002509C van de heer Benoît Piedboeuf van 25.02.2025

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2024-2025, CRIV 56 COM 86 d.d. 25.02.2025 blz. 28

De aanpassing van het WIB 92 aan het nieuwe Burgerlijk Wetboek

VRAAG (van de heer Piedboeuf)

Overeenkomstig artikel 42 van het WIB 1992 worden bestanddelen die het voorwerp zijn van een akte van vervreemding onder ontbindende voorwaarde geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid slechts te zijn gebruikt vanaf de datum waarop die voorwaarde is vervuld. Sinds tweeënhalf jaar bepaalt artikel 5.92 van het Burgerlijk Wetboek evenwel dat het ontbindend beding de schuldeiser het recht verleent om het contract te ontbinden zonder voorafgaande tussenkomst van de rechter wanneer de schuldenaar een van zijn verbintenissen niet nakomt. Dat kan eenvoudigweg door middel van een schriftelijke kennisgeving.

Moet het WIB 1992 niet aangepast worden aan het Burgerlijk Wetboek? Bestaat er bij de FOD Financiën nog een dienst die belast is met de coördinatie van de fiscale teksten (wettelijke en reglementaire bepalingen)? Zo ja, waarom hebben we dan nog geen enkele tekst in die zin gezien?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen)

De aanpassing van artikel 42 van het WIB aan de inwerkingtreding van het nieuwe Boek V van het Burgerlijk Wetboek is complexer dan het eenvoudigweg veranderen van een nummer. Dat artikel vormde een afwijking van het oude artikel 1183 van het oude Burgerlijk Wetboek, dat ertoe strekte terugwerking toe te kennen aan de vervulling van een ontbindende voorwaarde.

Ter herinnering, door de vervulling van de ontbindende voorwaarde wordt de verbintenis herroepen en bijgevolg tenietgedaan. Als een activabestanddeel onder ontbindende voorwaarde vervreemd wordt, kan de vervulling van die voorwaarde aanleiding geven tot onzekerheid over de periode tijdens welke dat bestanddeel voor de uitoefening van de beroepsactiviteit gebruikt werd. Artikel 42A strekte ertoe elke betwisting in fiscale zaken te voorkomen.

In het nieuwe Burgerlijk Wetboek heeft de ontbindende voorwaarde geen terugwerking meer. Artikel 5.147 van dat nieuwe wetboek stipuleert dat de vervulling van de voorwaarde uitwerking krijgt van rechtswege en voor de toekomst, terwijl er tegelijkertijd in een eventuele restitutie voorzien wordt. Het stelsel zoals bepaald in het nieuwe Boek V strookt dus op fiscaal vlak met de logica van artikel 42A.

Het oude Burgerlijk Wetboek blijft van toepassing op contracten die vóór 1 januari 2023 gesloten werden. Bovendien is artikel 5.147 van het Burgerlijk Wetboek een bepaling van aanvullend recht. Partijen kunnen dus nog terugwerkende kracht verlenen aan het vervullen van een ontbindende voorwaarde. Mijn administratie zal onderzoeken hoe artikel 42 beter kan worden afgestemd op Boek V van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, zonder dat er nieuwe onzekerheid ontstaat over de periode waarin een bestanddeel wordt geacht te zijn gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.