Parlementaire vraag nr. 1135 van mevrouw Pieters van 25.11.1997
VRAAG 97/1135
Vraag nr. 1135 van mevrouw Pieters dd. 25.11.1997
Bull. nr. 782, pag. 1085
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 117, blz. 16076-16077
Tachograafschijven. - Bewaring.
VRAAG
Krachtens artikel 14.2 van de EEG-verordening nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer dienen de vervoerondernemingen voor sommige voertuigen de tachograafschijven ten minste één jaar, geordend, te bewaren.
Het lijdt geen twijfel dat aan de hand van deze officiële bescheiden het bedrag van de belastbare beroepsinkomsten van zowel de vervoeronderneming als van de werknemers en van de bedrijfsleiders kan worden vastgesteld.
Aangezien voornoemde EEG-verordening en de fiscale wetgeving niet gelijklopend zijn, rijzen de drie onderstaande vragen.
1. Tot het verstrijken van welk boekjaar of belastbaar tijdperk inzake vennootschapsbelasting volgend op het belastbaar tijdperk dienen de tachograafschijven te worden bewaard?
2. Welke afwijkingen kunnen door de Administratie der directe belastingen eventueel worden toegestaan in het licht van de bepalingen van artikel 315, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ?
3. Hoe interpreteert of definieert de Administratie der directe belastingen anderzijds het begrip "geordend" bewaren in het kader van de wettelijke bepalingen die eigen zijn aan het Fiscaal Wetboek?
ANTWOORD
1. Artikel 315, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt dat, behoudens wanneer zij door het gerecht in beslag genomen zijn, of behoudens afwijking toegestaan door de administratie, de boeken en bescheiden aan de hand waarvan het bedrag van de belastbare inkomsten kan worden vastgesteld, ter beschikking van de administratie moeten worden bewaard in het kantoor, agentschap, bijhuis of elk ander beroeps- of privé-lokaal van de belastingplichtige waar die boeken en bescheiden werden gehouden, opgesteld of toegezonden, tot het verstrijken van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk. De registreerbladen van de tachograaf maken deel uit van dergelijke bescheiden.
2. De Administratie der directe belastingen staat thans twee soorten afwijkingen toe:
3. Het voormelde wetboek kent de term "geordend" niet. De belastingplichtige dient er zorg voor te dragen de boeken en bescheiden op een dergelijke manier te bewaren dat zij achteraf kunnen worden geraadpleegd.
Vraag nr. 1135 van mevrouw Pieters dd. 25.11.1997
Bull. nr. 782, pag. 1085
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 117, blz. 16076-16077
Tachograafschijven. - Bewaring.
VRAAG
Krachtens artikel 14.2 van de EEG-verordening nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer dienen de vervoerondernemingen voor sommige voertuigen de tachograafschijven ten minste één jaar, geordend, te bewaren.
Het lijdt geen twijfel dat aan de hand van deze officiële bescheiden het bedrag van de belastbare beroepsinkomsten van zowel de vervoeronderneming als van de werknemers en van de bedrijfsleiders kan worden vastgesteld.
Aangezien voornoemde EEG-verordening en de fiscale wetgeving niet gelijklopend zijn, rijzen de drie onderstaande vragen.
1. Tot het verstrijken van welk boekjaar of belastbaar tijdperk inzake vennootschapsbelasting volgend op het belastbaar tijdperk dienen de tachograafschijven te worden bewaard?
2. Welke afwijkingen kunnen door de Administratie der directe belastingen eventueel worden toegestaan in het licht van de bepalingen van artikel 315, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ?
3. Hoe interpreteert of definieert de Administratie der directe belastingen anderzijds het begrip "geordend" bewaren in het kader van de wettelijke bepalingen die eigen zijn aan het Fiscaal Wetboek?
ANTWOORD
1. Artikel 315, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt dat, behoudens wanneer zij door het gerecht in beslag genomen zijn, of behoudens afwijking toegestaan door de administratie, de boeken en bescheiden aan de hand waarvan het bedrag van de belastbare inkomsten kan worden vastgesteld, ter beschikking van de administratie moeten worden bewaard in het kantoor, agentschap, bijhuis of elk ander beroeps- of privé-lokaal van de belastingplichtige waar die boeken en bescheiden werden gehouden, opgesteld of toegezonden, tot het verstrijken van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk. De registreerbladen van de tachograaf maken deel uit van dergelijke bescheiden.
2. De Administratie der directe belastingen staat thans twee soorten afwijkingen toe:
| 1° | een afwijking inzake de plaats van bewaring. In bijzondere omstandigheden kan de administratie toestemming verlenen aan een belastingplichtige zijn boeken en bescheiden of een deel ervan of bepaalde data en voor een bepaalde periode elders heen te brengen dan waar ze werden gehouden of opgesteld (zie de administratieve commentaar - Com.IB 92 - op het voormelde artikel 315, 315/16); |
| 2° | een afwijking inzake de vorm van bewaren. Het is toegelaten bepaalde boeken en bescheiden op microfilms of microfiches te bewaren. Die microfilms of microfiches moeten worden bewaard gedurende dezelfde termijnen als die welke zouden worden toegepast voor de vervangen boeken en bescheiden, namelijk de termijnen opgelegd door artikel 315, WIB 92 (zie Com.IB 92, 315/18 en volgende). |
Bron: FisconetPlus
