Parlementaire vraag nr. 1193 van de heer Van Eetvelt van 20.01.1998

VRAAG 98/1193
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 127, blz. 17590-17591
Bull. nr. 785, pag. 1950
Schijnscheidingen.
VRAAG
Als man en vrouw scheiden, dan heeft dat niet altijd te maken met een breuk in de relatie. Steeds meer echtparen gaan een zogenaamde schijnscheiding aan om te vermijden dat de fiscus hen hoger taxeert. De gevolgen laten zich raden. Ons land zou op dit ogenblik al meer alleenstaande dan gehuwde belastingplichtigen tellen.
Echte en valse scheidingen onderscheiden, blijkt bovendien een bijna onmogelijke karwei voor de fiscus. Controles via het Rijksregister laten niet toe om het onderscheid te maken, zodat het al dan niet ontmaskeren van de schijnscheiders meestal een gevolg is van het klikken van familie of buren of van de controle-ijver door een super-gemotiveerd ambtenaar.
Erger nog, zelfs als een schijnscheiding wordt vastgesteld blijven de straffen beperkt tot een administratieve boete (van 20.000 tot 50.000 frank). Een belastingverhoging van 10 tot 200 %, die de fraudeurs in regel krijgen opgelegd, blijkt echter niet realiseerbaar omdat die maatregel slechts kan worden opgelegd bij het niet-aangeven van inkomsten.

1.
a)Bent u op de hoogte van de huidige situatie?
b)Welke maatregelen heeft u reeds genomen of overweegt u nog om een einde te maken aan de huidige mistoestanden?
2. Hoeveel gevallen van mogelijke schijnscheiding zijn door de controlediensten van Financiën per jaar onderzocht en wat zijn de gevolgen geweest van dat onderzoek?

3. Is er cijfermateriaal beschikbaar waaruit blijkt hoe vaak het initiatief tot het instellen van het onderzoek volgt op het indienen van een klacht of "tip" door derden, dan wel het resultaat is van een eigen initiatief van de controlediensten?

4. Overweegt u om het aantal onderzoeksopdrachten bij mogelijke schijnscheidingen op te voeren, al dan niet gepaard gaand met een strengere bestraffing van de overtreders?
ANTWOORD
De regels met betrekking tot de beoordeling van een feitelijke scheiding zijn opgenomen in de administratieve commentaar op artikel 128 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Bij die beoordeling kan de taxatieambtenaar zowel gebruik maken van eigen vaststellingen als van verkregen inlichtingen.
De Administratie der directe belastingen beschikt niet over statistische inlichtingen in verband met het aantal gevallen van schijnscheidingen noch over de ingestelde onderzoekingen daaromtrent. Zij heeft er bovendien geen kennis van dat het hier om een dermate groot aantal gevallen zou gaan dat bijzondere maatregelen nodig zijn. Zoals het geacht lid terecht opmerkt is het voor de fiscale ambtenaar overigens praktisch onmogelijk te bewijzen dat het al dan niet gaat om een schijnscheiding.
Administratieve straffen (belastingverhoging en administratieve boeten) worden, in voorkomend geval, opgelegd rekening houdend met alle bijzonderheden van elk geval.