Parlementaire vraag nr. 50 van de heer Devlies van 11.01.2008

VRAAG 08/050

Vraag nr. 50 van de heer Devlies dd. 11.01.2008


Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 008, blz. 510-512

Gevolgen van tegenstrijdige en dubbelzinnige motivering inzake directe belastingen

VRAAG

Krachtens de wettelijke bepalingen van artikel 346, eerste en vijfde lid WIB 1992; artikel 351, tweede lid WIB 1992; artikel 352 bis WIB 1992 en artikel 375, § 1 WIB 1992 moet een bericht van wijziging van aangifte, een kennisgeving van aanslag van ambtswege, een kennisgeving tot taxatie en een directoriale beslissing met redenen omkleed of gemotiveerd zijn.

Met als doel het wettigheidstoezicht door de rechtbanken, de hoven van beroep en inzonderheid door het Hof van Cassatie mogelijk te maken, moet die motivering regelmatig zijn.

Uit procedureel oogpunt betekent dit dat een motivering niet alleen tezelfdertijd volledig, nauwkeurig en duidelijk, begrijpbaar, ondubbelzinnig maar ook ontegenstrijdig moet zijn.

Als sanctie voor een gebrekkige motivering moet, zelfs zonder na te kijken of het recht correct werd toegepast, de al dan niet ambtshalve gevestigde belastingaanslag zonder meer meteen integraal «nietig» worden verklaard.

Met volledig wordt beoogd dat de motieven en de (weder)antwoorden op de door belastingplichtige feitelijk en juridisch aangebrachte argumenten grondig werden onderzocht en dat die in de kennisgevingen nr. 279T en in de directoriale beslissingen daadwerkelijk in aanmerking werden genomen.

Met ontegenstrijdig wordt bedoeld dat de redengeving logisch in elkaar moet steken. Nochtans verschilt dit van het begrip «onwettig». Met andere woorden de motieven mogen onderling niet tegenstrijdig zijn en er mag ook geen tegenstrijdigheid bestaan tussen de motieven en het dictum. Een kennelijke tegenspraak in de motieven staat immers gelijk met een gemis aan motivering (Opdebeeck I. en Coolsaert A., «Formele motivering van bestuurshandelingen», Brugge, Die Keure, 1999, p. 151, met verwijzing naar de Raad van State).

Met «ondubbelzinnig» wordt beoogd dat het bericht 279, de kennisgevingen nrs. 279E en 279T en de directoriale beslissing slechts op één manier kunnen geÎnterpreteerd worden. Wanneer berichten, kennisgevingen en/of beslissingen dubbelzinnig zijn, kunnen de rechters immers niet controleren of de juiste motivering wel effectief werd gehanteerd.

Bovenstaande algemene rechtsbeginselen worden echter zowel door de onderzoekende aanslagambtenaren, de instruerende geschillenambtenaren als door de beslissende gewestelijk directeurs meestal niet bijgetreden. In de praktijk hebben het merendeel van die belastingambtenaren trouwens alleen maar oog voor de feiten, doch totaal niet voor de voorafgaande en de juiste naleving van de procedure- en motiveringsvoorschriften.

Kunt u in het licht van voornoemde wettelijke bepalingen, de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, alle beginselen van behoorlijk bestuur en van de performante principes van «beter taxeren » en de deugdelijke werking van de administratieve geschillenfilter uw rechtmatige zienswijze en algemene juridische onderrichtingen meedelen vooral met betrekking tot procedurele gevolgen van «tegenstrijdigheden» en «dubbelzinnigheden» in de motivering opgenomen in berichten, kennisgevingen en in alle beslissingen inzake inkomstenbelastingen ?

ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 16.01.2008)

Er wordt op gewezen dat de gemeenrechtelijke bepalingen van de wet van 29 juli 1991 niet van toepassing zijn op de motivering van een bericht van wijziging, kennisgeving van aanslag van ambtswege of kennisgeving van een beslissing van taxatie vermits de fiscale wetgeving op het vlak van de motivering van voormeld bericht of kennisgeving minstens even streng is als de wet van 29 juli 1991.

Een bericht van wijziging, kennisgeving van aanslag van ambtswege of een kennisgeving van beslissing tot taxatie beantwoorden aan de motiveringsplicht, zelfs wanneer deze een vergissing, tegenstrijdigheid of dubbelzinnigheid bevat, voor zover de belastingplichtige in staat is de gegrondheid van het bericht of kennisgeving te beoordelen. Dit betekent dat de motivering afdoende moet zijn in die zin dat de betrokken belastingplichtige zich voldoende rekenschap moet kunnen geven van de cijfers, de feiten en omstandigheden waarop de aanslag berust voor wat het bericht van wijziging of kennisgeving van aanslag van ambtswege betreft en van zijn opmerkingen waarmee geen rekening werd gehouden evenals van de motieven die de beslissing van de administratie rechtvaardigen voor wat de kennisgeving van beslissing tot taxatie betreft.

Wat betreft de beslissingen inzake bezwaarschriften en ambtshalve ontheffingen zijn respectievelijk de artikelen 375, § 1 en 376 ter WIB 1992, duidelijk. De beslissing dient met redenen te worden omkleed.

Indien de belastingplichtige het niet met die beslissing eens is, kan hij tegen de aanslag waartegen zijn administratief beroep gericht was, een vordering in rechte instellen bij de bevoegde rechtbank van eerste aanleg en voor zover hij zijn belang aantoont, eveneens vernietiging vragen van de beslissing.

Ik beschik niet over aanwijzingen dat de door het geachte lid als algemene rechtsbeginselen bestempelde premissen van zijn vraag niet door de betrokken ambtenaren zouden worden bijgetreden.