Parlementaire vraag nr. 963 van mevrouw Brepoels van 09.04.2002

VRAAG 02/963
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 142, blz. 18000-18002
Bull. nr. 834, pag. 450-452
Aftrekbare gift - Begrip "kunstwerk"
VRAAG
Artikel 104 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepalen het toepassingsgebied, de voorwaarden en procedure ingeval men een belastingaftrek wil genieten via een gift aan de Rijksmusea en gelijkaardige instellingen.
1. Wat dient er echter onder "kunstwerk" verstaan te worden?
2. De Unesco en het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal geven een "brede" interpretatie aan het woord, maar men deelt me mee dat door uw diensten, wat de belastingaftrek betreft, dit "eng" geïnterpreteerd wordt, met andere woorden enkel schilderijen, prenten en tekeningen vallen hieronder, maar bijvoorbeeld niet archeologische voorwerpen, boeken, handschriften, archieven en dergelijke. Is dit juist?
ANTWOORD
De mogelijkheid voor aftrek van giften, in de vorm van kunstwerken waarvan de internationale faam door de minister van Financiën wordt erkend, aan Rijksmusea en, op voorwaarde dat de giften voor hun musea worden bestemd, aan gemeenschappen en gewesten, provincies, gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is voorzien in artikel 104, 5°, b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Zij werd ingelast door artikel 1, 3°, 4° en 7° van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen (Belgisch Staatsblad van 6 augustus 1985).
De wetgever heeft geen enkele definitie aan het begrip kunstwerk gegeven.
Dat begrip werd door de administratie der Directe Belastingen nader bepaald in de circulaire van 11 april 1988, nr. Ci.RH.26/389.552. Onder kunstwerken worden inzonderheid verstaan schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, prenten en wandtapijten met internationale faam. Die definitie is eveneens opgenomen in nr. 104/107 van de Commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Het gebruik van het woord "inzonderheid" heeft tot gevolg dat de opsomming niet beperkend is. Hierdoor kon een verzameling van oude kunst bestaande uit belangrijk Delfts porselein, stukken in brons, koper en tin, meubels en een beeldhouwwerk alsook een bark (boot), na een positief advies wat de internationale faam betreft door de bevoegde technische commissie, als gift worden afgetrokken.
Het is dus de voorwaarde van het bezitten van een internationale faam die de draagwijdte van de maatregel beperkt.
De wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling van successierechten (Belgisch Staatsblad van 5 juli 2001), versoepelt deze eis en voorziet dat kunstwerken moeten behoren tot het roerend cultureel erfgoed van het land of dat zij internationale faam genieten.
De datum van inwerkingtreding van deze wet moet evenwel nog worden bepaald door een koninklijk besluit dat momenteel in voorbereiding is bij de administratie van Fiscale Zaken.