Parlementaire vraag nr. 1890 van mevrouw Catherine Fonck van 05.02.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/131 d.d. 20.03.2024, blz. 229
Verplichte mededeling van gegevens over vastgoed bij verhuur
VRAAG (van mevrouw Fonck)
Op 29 december 2023 werden er nieuwe wettelijke bepalingen ingevoerd bij de wet van 28 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen. Artikel 84 van de wet bepaalt dat de huur en de huurlasten van een goed niet langer afgetrokken mogen worden als beroepskosten als de huurder de fiscale administratie niet als bijlage bij zijn aangifte een aantal gegevens meedeelt over de eigendom en de eigenaar. Land- en tuinbouwverenigingen hebben ons vragen gesteld over die nieuwe verplichtingen, die hun belastingaangifte bemoeilijken. De meeste land- en tuinbouwers beschikken in de praktijk overigens niet over alle gegevens die ze moeten doorgeven als bijlage bij hun belastingaangifte. Ze moeten die de komende weken en maanden dus opvragen om een correcte aangifte te kunnen indienen in 2024 (voor hun inkomsten van 2023), met het risico dat ze geen antwoord krijgen. Deze nieuwe verplichting moet klaarblijkelijk de controletaak van de administratie verlichten. Ze staat echter haaks op de administratieve vereenvoudiging voor de burger, die evenzeer nagestreefd wordt. Het lijkt er namelijk op dat deze nieuwe bepaling veel werk meebrengt voor de personen in kwestie, met name de land- en tuinbouwers, die doorgaans niet over de gevraagde gegevens beschikken. 1. Hoe hebben uw administratie en de regering de last ingeschat die deze nieuwe verplichting meebrengt voor de personen die een aangifte moeten doen? 2. Beschikt de administratie niet al over de gegevens die als bijlage bij de belastingaangifte bezorgd moeten worden? Welke gegevens zijn er "nieuw", in de zin dat ze in geen enkele databank voorkomen die de administratie kan raadplegen? 3. Hebt u specifiek rekening gehouden met de praktische problemen die de land- en tuinbouwers bij het doorgeven van die gegevens zullen ondervinden? 4. Vindt u dat er door deze verplichting een disproportionele administratieve last op de schouders van de belastingbetalers terechtkomt? 5. Zult u nog aanpassingen doorvoeren? Zult u bijvoorbeeld de landpacht van de verplichting uitsluiten?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
De nieuwe verplichting ingevoerd door de wet van 28 december 2023 bestaat erin de aftrek van de beroepshuur voor de huurder te koppelen aan de invoering van een verplichte bijlage die de identificatiegegevens van de verhuurder, het adres van het betrokken onroerend goed en het bedrag van de huurvergoedingen, de vergoedingen voor een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed bevat, welke betaald of toegekend zijn tijdens het betrokken belastbaar tijdperk. Als we deze nieuwe wettelijke verplichting hebben ingevoerd, komt dat omdat de informatie slechts gedeeltelijk beschikbaar is binnen de Administratie. Het bedrag van de huurvergoedingen die worden afgetrokken als beroepskosten is in geen enkele databank, die door de Administratie kan worden geraadpleegd, terug te vinden en de Administratie zou ze dus moeten verzamelen om de controles te verminderen en een correcte belastingheffing op de beroepshuur door de eigenaars te garanderen. Voor de burger op wie deze maatregel van toepassing is, zijn de gegevens die hem in deze bijlage worden gevraagd, terug te vinden in het huurcontract dat hij met zijn verhuurder heeft ondertekend en het bedrag van de huur stemt overeen met het bedrag dat hij in zijn beroepskosten aangeeft. In het algemeen ben ik daarom van mening dat de last die deze nieuwe bepaling op de belastingplichtige legt volledig evenredig is aan het nagestreefde doel. De situatie in de landbouwsector verschilt van die in andere sectoren, omdat veel van de pachtovereenkomsten die nu nog van kracht zijn, het resultaat zijn van een mondelinge overeenkomst en omdat veel van de eigendommen die op grond van pachtovereenkomsten worden gepacht, worden verpacht door eigenaren in onverdeeldheid, waarvan er soms bijzonder veel zijn, waarbij de pachter heel vaak niet alle effectieve verpachters omwille van onder meer verervingen en pachtoverdrachten. In de landbouwsector betreft het vaak talrijke onroerende goederen, waarbij per bewerkt perceel vaak sprake is van een veelheid van kadastrale percelen waarbij deze kadastrale perceelsgegevens vaak niet meer dezelfde zijn als deze vermeld in de initiële pachtovereenkomst. Deze elementen maken dat de administratieve last die gepaard gaat met de aangifteverplichting vermeld in artikel 307, § 2/2 van WIB 92 disproportioneel is, en bijgevolg een vrijstelling rechtvaardigt. In de schoot van de regering is amendement die deze vrijstelling introduceert goedgekeurd.
