Parlementaire vraag nr. 875 van mevrouw Pieters van 18.01.2002

VRAAG 02/875
Bull. nr. 835, pag. 679-681
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 143, blz. 18111-18112
Verplichte vermeldingen - Belastingverhoging
VRAAG
Naar verluidt zou volgens het arrest van het hof van beroep van Luik van 17 oktober 2001 de administratie ten opzichte van de belastingplichtige vanaf het ogenblik dat zij een belastingverhoging wil doorvoeren er toe gehouden zijn ook in het "aanslagbiljet" de gegevens te vermelden die in artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen zijn voorzien, zoals de constitutieve bestanddelen van het misdrijf, de toegepaste wettelijke bepalingen en de motieven die ertoe gediend hebben om het bedrag van de sanctie te bepalen. Elke andere bepaling zou ongrondwettelijk zijn en de sanctie van de nieteerbiediging van het voorgeschrevene zou de eenvoudige en de gewone vernietiging van de verhoging zijn.
1. Welke praktische maatregelen zullen de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit en de administratie der Directe Belastingen weldra gezamenlijk nemen om zich strikt te houden aan voornoemde wettelijke bepalingen en er technisch zorg voor te dragen dat het "aanslagbiljet" voortaan alle vereiste elementen zou bevatten?
Het lijdt geen twijfel dat soortgelijke notities op een voorafgaand bericht van wijziging van aangifte en/of op de begeleidende berekeningsnota de vereiste vermeldingen op het "aanslagbiljet" zelf uit juridisch oogpunt nooit rechtsgeldig kunnen vervangen. Een "aanslagbiljet" is immers een officieel uittreksel uit een kohier die in wezen een authentieke akte is.
2. Kan u uw nieuwe ziens- en handelwijze meedelen onder meer zowel in het licht van de bepalingen van de artikelen 298, 300, 365 en 444 van het WIB 1992 en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen als van artikel 109 van de voornoemde wet van 4 augustus 1986?
ANTWOORD
Artikel 136 van het koninklijk besluit ter uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 1992), bepaalt dat zodra de kohieren uitvoerbaar zijn verklaard, aan de betrokken belastingschuldigen een aanslagbiljet wordt toegezonden. De vermeldingen die het aanslagbiljet moet bevatten worden door geen enkele wettekst gepreciseerd. Het volstaat dat het op ondubbelzinnige wijze de belastingplichtige inlicht over de gevestigde belasting. Als dusdanig heeft het aanlagbiljet een informatief karakter.
Artikel 109, van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1986) bepaalt dat telkens wanneer een belastingadministratie aan een belastingplichtige een bericht zendt, waarbij hem een administratieve boete wordt opgelegd, dit bericht de feiten dient te vermelden die de overtreding opleveren en de verwijzing naar de toegepaste wet- of verordeningstekstenen de motieven op te geven die hebben gediend om het bedrag van de boete vast te stellen.
In het arrest nr. 48/2001 van 18 april 2001 stelt het Arbitragehof dat: geïnterpreteerd in die zin dat het niet geldt voor de belastingverhogingen bedoeld in artikel 444 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) schendt het artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
De huidige administratieve richtlijnen sluiten aan bij het standpunt van het Arbitragehof. Zij stellen dat bij de toepassing van belastingverhogingen de belastingplichtige telkens moet worden ingelicht over de desbetreffende wettelijke bepaling en, met redenen omkleed, over de toepasselijke belastingverhoging (vermelden van de aard, de ernst, de rang van de overtreding). Deze inlichting moet worden verstrekt in het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege, of, bij gebreke daarvan, bij gewone brief. Ik ben dan ook van oordeel dat geen nieuwe ziens- of handelwijze zich opdringt.