Parlementaire vraag nr. 202 van de heer Daerden van 07.12.1992

VRAAG 92/202
Bull. nr. 727, pag. 1299
WIB - Individuele akkoorden
In de administratieve Commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen kan men, onder nummer 44/17.8, het volgende lezen.
"Een aanslag in de eerste graad kan niet als een akkoord doorgaan. Evenwel kan door een summiere verificatie van een aangifte een akkoord ontstaan, dat de administratie bindt, wanneer de aangifte vorenbedoelde kosten of uitgaven bevat, welke zonder wijziging worden aangenomen of verbeterd met de instemming van de belastingplichtige."
Kan de geachte minister mij nader verklaren :
1.
Of het feit dat een verklaring wordt ingeschreven op de staat 276H betekent dat deze aangifte onderworpen werd aan een summier onderzoek in de zin van de hierboven aangehaalde tekst;
2.
Of het feit dat de vermelding "summier" in het vak "Dienst" op de eerste bladzijde van de aangifte in de personenbelasting werd onderstreept, omcirkeld of aangekruist, betekent dat er een controle heeft plaatsgehad of dat zulks ten minste mag worden verondersteld;
3.
Of het denkbaar is dat een aangifte gedurende vier jaar helemaal niet gecontroleerd wordt, zelfs niet summier;
4.
In bevestigend geval, of de administratie zich op het ontbreken van enige controle mag beroepen om forfaitaire kosten te weigeren die gedurende verschillende jaren zijn opgenomen in de achtereenvolgende aangiften met betrekking tot afgesloten aanslagjaren, die zonder wijzigen zijn aangenomen ?
ANTWOORD
Het bijhouden van de periodieke staten - zoals de opgave 276H - en de in de dienstvakken van de aangiften in de inkomstenbelastingen aangebrachte vermelding behoren uitsluitend tot de organisatie van en het intern toezicht op de taxatiewerkzaamheden. Zij kunnen derhalve de draagwijdte niet hebben die het geachte lid hun blijkbaar wil toekennen.
Op grond van artikel 332 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), dient de administratie van de directe belastingen er zorg voor te dragen dat de fiscale toestand van de belastingplichtigen ten minste eenmaal om de drie jaar wordt onderzocht.
Een individueel akkoord in de betekenis van artikel 50, eerst lid, WIB 1992, kan enkel bestaan wanneer de aangifte van de belastingplichtige werkelijk, zelfs summier, werd geverifieerd.