Parlementaire vraag nr. 3-2954 van de heer Brotcorne van 30.06.2004
VRAAG 04/3-2954
Vr. en Antw., Senaat, 2004-2005, nr. 3-49, blz. 4150-4151
Toegangsrecht tot de beroepslokalen - Aanstellingsbewijs
VRAAG
Volgens artikel 319, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kunnen de ambtenaren van de administratie der Directe Belastingen, in het bezit van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek, de vrije toegang eisen tot de beroepslokalen, tijdens de uren dat er werkzaamheden worden uitgeoefend, met het oog op de vaststelling van de aard en het belang van die activiteiten.
Volgens een uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg van Hasselt van 16 juni 2004 moet de controleur de wettigheid van zijn aanwezigheid bewijzen door het voorleggen van zijn aanstellingsbewijs. De voorlegging moet worden vermeld in het proces-verbaal dat wordt opgesteld aan het einde van het bezoek. Als dat niet gebeurt, beschouwt de rechtbank van eerste aanleg van Hasselt dat het controlebezoek onregelmatig is en dat de administratie niet het recht heeft zijn aanslag op te stellen op basis van documenten die zijn meegenomen en vaststellingen die zijn gedaan bij dat bezoek.
Ik heb vernomen dat het aanstellingsbewijs nog verwijst naar het "ministerie van Financiën", hoewel de benaming gewijzigd is in "FOD Financiën" en dat de administratie van de Directe Belastingen vervangen is door de "administratie van de Ondernemingsen Inkomstenfiscaliteit" die zelf zal worden gesplitst in verschillende pijlers die de administratie van de Belastingen en Invordering moeten vormen.
Kunt u die situatie bevestigen? Zo ja, in welke mate zijn de uitgevoerde controles dan wettelijk? Bent u op de hoogte van juridische beslissingen waarbij dit aanstellingsbewijs als onregelmatig wordt beschouwd sinds de wijzigingen op uw departement?
Overweegt u het aanstellingsbewijs van uw ambtenaren te vernieuwen? Indien niet, waarom niet? Indien wel, binnen welke termijn?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën)
Het klopt dat de aanstellingsbewijzen waarover de ambtenaren van de FOD Financiën beschikken nog moeten aangepast worden wat betreft bepaalde vermeldingen die ze bevatten.
Om deze toestand te regulariseren wens ik evenwel de definitieve resultaten van de Copernicushervorming af te wachten om een definitief ontwerp van koninklijk besluit voor te stellen dat op alle vlakken uitvoerbaar is.
In afwachting worden de huidige modellen van aanstellingsbewijs nog gebruikt.
Wat de wettelijkheid van de controles betreft, denk ik niet dat ze om dergelijke reden kunnen worden betwist. Inderdaad de bedoelde aanstellingsbewijzen geven duidelijk de identiteit van de optredende ambtenaar of beambte aan alsook het feit dat hij behoort tot een departement belast met de toepassing van de fiscale wetten en, in het bijzonder van de bepalingen inzake onderzoek- en controlerecht waarin deze wetten voorzien.
Ik heb geen kennis van rechterlijke uitspraken die tot de onregelmatigheid van de momenteel gebruikte aanstellingsbewijzen zouden concluderen.
Bron: FisconetPlus
