Parlementaire vraag nr. 814 van de heer Eerdekens van 26.10.2001

VRAAG 01/814
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 151, blz. 19273-19275
Bull. nr. 842, pag. 2934-2937
Laattijdig indienen fiches - Geheime commissielonen
VRAAG
Artikel 219, eerste lid, van het WIB 1992 bepaalt dat er een bijzondere afzonderlijke aanslag gevestigd wordt op de kosten die vermeld worden in artikel 57, namelijk:
1° commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn;
2° bezoldigingen, pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen, betaald aan personeelsleden, aan gewezen personeelsleden of aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van de sociale voordelen die ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld;
3° vaste vergoedingen toegekend aan de leden van het personeel als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever, voor zover die kosten niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave. Een bijzondere afzonderlijke aanslag wordt eveneens gevestigd op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden.
In tegenstelling tot artikel 57 van het WIB 1992 stipuleert artikel 219, eerste lid, van datzelfde wetboek niet dat de individuele fiches en de samenvattende opgave overgelegd moeten worden in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt.
1. Mag uit artikel 219 van het WIB 1992 derhalve worden opgemaakt dat de individuele fiches en de samenvattende opgave te allen tijde in de loop van de procedure mogen worden overgelegd teneinde de bijzondere aanslag van 300 % te ontlopen?
2. Geldt dezelfde redenering ook voor artikel 223, eerste lid, van het WIB 1992, dat zegt dat de rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, eveneens belastbaar zijn terzake van kosten als vermeld in de artikelen 57 en 195, § 1, eerste lid, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave?
ANTWOORD (07.01.2003)
Luidens artikel 219 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) wordt een afzonderlijke aanslag in de vennootschapsbelasting gevestigd op kosten zoals vermeld in artikel 57, WIB 1992, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt.
Bijgevolg is deze aanslag van toepassing van zodra de desbetreffende vormvoorwaarden en termijnen zoals vermeld in de artikelen 30 tot 33 en 86 tot 95 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het voormelde wetboek, niet worden nageleefd.
Ik wens evenwel aan het geachte lid te verduidelijken dat de administratie bereid is een zekere soepelheid aan de dag te leggen ingeval van laattijdige indiening van de voormelde documenten.
Deze administratieve soepelheid zal enkel worden verleend in de gevallen waarin de belastingplichtige, om redenen onafhankelijk van zijn wil, niet bij machte was de opgelegde termijnen te respecteren.
Dienaangaande zal een korte vertraging voor het indienen van de desbetreffende fiches en opgaven worden aanvaard en geen aanleiding geven tot de toepassing van de bepalingen van artikel 219, WIB 1992, voor zover deze vertraging:
  • geen systematisch of vrijwillig karakter heeft;
  • niet voortvloeit uit een intentie om zich aan belastbare materie te onttrekken;
  • niet verhindert om, binnen de context van de inzonderheid technische voorschriften, tot de taxatie van de inkomsten over te gaan en deze inkomsten ten name van de verkrijgers te belasten;
  • of deze taxatie niet ingewikkelder maakt zonder dat bijzondere omstandigheden dit op feitelijk vlak rechtvaardigen.
Deze soepelheid mag alleszins in geen geval een afzwakking vormen van het ontradend karakter van de desbetreffende wettelijke bepaling. Aldus zal niet kunnen worden aanvaard dat de afwezigheid van individuele fiches en van een samenvattende opgave, die werd vastgesteld naar aanleiding van het onderzoek van het aanslagdossier van de vennootschap, niet met de vestiging van de afzonderlijke aanslag zal worden bestraft.
Deze beschouwingen zijn eveneens van toepassing ten aanzien van de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting (aanslag zoals vermeld in artikel 225, tweede lid, 4°, WIB 1992) of aan de belasting van niet-inwoners (aanslag zoals vermeld in artikel 246, eerste lid, 2°, WIB 1992).
Tenslotte voeg ik er aan toe dat de administratieve commentaren eerlang in de hier aangehaalde zin zullen worden aangepast.