Parlementaire vraag nr. 422 van de heer Dirk Van der Maelen van 23.06.2015
Parlementaire vraag nr. 422 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 23.06.2015
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/049 dd. 09.11.2015, blz. 49
De betalingen aan belastingparadijzen
VRAAG (van de heer Van der Maelen)
In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 280 van 2 april 2015 verstrekte u de totaalbedragen die door alle Belgische vennootschappen werd aangegeven in uitvoering van de bepalingen van het artikel 307, § 1, WIB (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2014-2015, nr. 25, blz. 26). Ik kreeg geen antwoord op de vraag deze gegevens uitgesplitst per staat te verkrijgen. U stelt dat over geen volledige, gecentraliseerde uitsplitsing van de bovenvermelde gegevens beschikbaar is per aanslagjaar.
1. Ik wens aan te dringen alsnog een opsplitsing per staat te verkrijgen, ook al is deze niet volledig, wat dan in uw antwoord vermeld kan worden, of indien verschillende aanslagjaren samengevoegd zouden zijn.
2. Verder weigerde u het bedrag van de "belangrijkste melder" mee te delen. Ik heb evenwel niet gevraagd naar de naam van de betrokken onderneming noch de sector waarin deze actief is, alleen naar het bedrag. Kan u toelichten waarom het meedelen van het bedrag, zonder enige info over de melder, een schending van het beroepsgeheim zou kunnen inhouden?
3. Ten slotte wens ik aanvullend, en per aanslagjaar, volgende inlichtingen te ontvangen betreffende de aangegeven betalingen in uitvoering van de bepalingen van het artikel 307, § 1, WIB:
a) hoeveel ondernemingen hebben betalingen aangegeven;
b) wat was het aandeel van de tien "grootste" melders in het totaal aangegeven bedrag?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Zoals ik al in mijn antwoord op uw vorige vraag nr. 280 duidelijk heb aangestipt, is een opsplitsing per staat niet mogelijk omdat er geen afzonderlijke statistieken ter zake worden bijgehouden. Het opstellen van een dergelijke statistiek zou de inzet vergen van tal van controleambtenaren, die gedurende die tijd geen controlewerk kunnen verrichten.
2. De bedoeling van artikel 337 WIB inzake het beroepsgeheim heeft niet enkel en alleen betrekking op de benaming van de (rechts)persoon als dusdanig, maar heeft voornamelijk de bedoeling te voorkomen dat de identiteit noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks te achterhalen is. De vermelding van een bedrag op zich, gekoppeld met een aantal andere specifieke gevraagde gegevens zou direct of indirect kunnen leiden tot het achterhalen van de identiteit van de betrokkenen of tot eventuele publieke speculaties daarover. Dit wil de fiscale administratie dan ook zeker vermijden vermits de schending van het beroepsgeheim verregaande implicaties kan hebben op de vordering van de belasting. Het spreekt voor zich dat de administratie ter zake absoluut geen enkel risico wil nemen.
3.a. Het globaal aantal ondernemingen dat betalingen aan belastingparadijzen heeft aangegeven, is weerhouden in onderstaande tabel. Aantal ondernemingen dat betalingen naar belastingparadijzen heeft aangegeven. Zoals reeds in mijn antwoord op uw vorige vraag aangestipt, zijn de aantallen voor aanslagjaar 2011 en 2012 niet volledig representatief gezien het hier enkel om de gegevens gaat die via elektronische weg werden verkregen terwijl de gegevens op papieren dragers niet zijn inbegrepen. Voor aanslagjaren 2013 en 2014 betreft het wel de volledige gegevens.
b. Het procentueel aandeel van de "10 grootste melders" uitgedrukt in functie van de totale aangifte van betalingen aan belastingparadijzen kan in het licht van wat voorafgaat evenmin worden vrijgegeven.
