Parlementaire vraag nr. 697 van mevrouw Marie-Christine Marghem van 10.01.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013 QRVA 53/103 dd. 04.03.2013, blz. 97
Investeringsreserve
Fusie van vennootschappen
Fusie door overneming
Belastingneutrale fusie
Vrijstelling
VRAAG
Een moedermaatschappij fuseert met haar dochter waarvan ze alle aandelen in bezit had (vereenvoudigde fusie). In dat geval worden de activa van de overgenomen vennootschap bij die van de overnemende vennootschap gevoegd, maar het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap wordt niet opgenomen in de rekeningen, want het word geacht vertegenwoordigd te zijn door de financiële vaste activa van de overnemende vennootschap. Als gevolg van de fusie maken die vaste activa niet langer deel uit van de activa van de moedermaatschappij. Het niet-boeken van het eigen vermogen van de dochter heeft tot gevolg dat niet langer voldaan is aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde van de investeringsreserve en dat die reserve in het jaar van de fusie zou worden belast.
1. Artikel 211 WIB 1992 voert fiscale neutraliteit in voor fusieoperaties. Zou de investeringsreserve voor de overnemende vennootschap niet moeten worden vrijgesteld van belastingen, zoals het geval is voor de reserve die wordt aangelegd naar aanleiding van de gespreide taxatie van meerwaarden ?
2. Indien de overnemende vennootschap deel uitmaakt van een groep van vennootschappen die als consortium zou kunnen worden geherkwalificeerd, zou ze niet langer worden beschouwd als een kmo in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Kan de investeringsreserve in dat geval nog worden vrijgesteld ?
ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
In het door het geachte lid beoogde geval, heeft het feit dat de inbreng niet wordt vergoed met nieuwe aandelen tot gevolg dat de vrijgestelde investeringsreserve op boekhoudkundig vlak inderdaad niet wordt overgedragen naar de overnemende vennootschap. Ter zake bepaalt artikel 211, § 1, 1e lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) dat de belastingheffing ingevolge artikel 209, WIB92 inzonderheid achterwege blijft in de mate dat de overnemende vennootschap de vóór de verrichting bij de overgenomen vennootschap aanwezige vrijgestelde reserve overneemt. Bovendien wordt overeenkomstig artikel 211, § 2, 4e lid, WIB92 geen vermindering aangerekend op de vrijgestelde reserves. Van zodra de overnemende vennootschap de vrijgestelde investeringsreserve heeft overgenomen, kan zij voldoen aan voormelde voorwaarde om de vermindering niet aan te rekenen en aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde, hetzij door een belastingvrije reserve te creëren via een boeking op het debet van de resultatenrekening, hetzij door in haar boekhouding subrekeningen van de rekening kapitaal te creëren, de ene voor de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserve en de andere voor de in het kapitaal geïncorporeerde negatieve belaste reserve (zie het advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen, nr. 2012/11). Beide oplossingen leiden in principe in haar hoofde tot de overeenstemming van het boekhoudkundige resultaat met het fiscale resultaat van de verrichting. Voor het overige wijzigt de in de vraag bedoelde fusieverrichting niets aan de in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen bedoelde consolidatiekring voor de beoordeling van de kwalificatie als "kleine vennootschap" zoals bedoeld in artikel 194quater, § 1, WIB92.
