Parlementaire vraag nr. 1477 van mevrouw Pieters van 20.11.2006
VRAAG 06/1477
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 148, blz. 28676-28682
Uitwisseling van inlichtingen - BTW - Directe belastingen - Frans-Belgische grensstreken
VRAAG
Naar verluidt werd in de loop van de maand juni 2006 in Rijsel een grensoverschrijdend akkoord ondertekend tussen de lokale belasting- en BTW-grensautoriteiten van Frankrijk en België.
Ter zake rijzen daarbij de volgende algemene praktische vragen.
1. Wanneer is dit grensoverschrijdend samenwerkingsprotocol in werking getreden ?
2. Werd die overeenkomst «in full tekst » gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad waardoor zij rechtskracht heeft verkregen ?
a) Zo ja, wanneer?
b) Zo neen, waarom heeft die afkondiging (nog steeds) niet plaatsgevonden ?
3.
a) Op al welke uit te wisselen inlichtingen heeft dit laatste pact betrekking ?
b) Welke specifieke vormvereisten dienen er te worden nageleefd ter voorkoming van de nietigheid van de daaropvolgende belastingaanslagen en/of BTW-invorderingen?
c) Mag er daarbij gevraagd worden om onderzoeksdaden in te stellen ?
4. Op al welke gewestelijke belasting- en BTW-directies, BBI-directies en -inspecties, AOIF-controlecentra (Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit), Belgische provincies en Franse departementen heeft dit diplomatiek fiscaal verkeer betrekking en welke territoriale procedureregels dienen er te worden gerespecteerd ?
5. Op welke wijze werden alle betrokken taxatieen geschillenambtenaren van die overeenkomst rechtsgeldig en afdoende op de hoogte gebracht ?
6.
a) Werd ten behoeve van het publiek de tekst van dit akkoord in de beide landstalen tevens op de portaalsite van de FOD Financiën en/of op «Fisconet » geplaatst ?
b) Zo neen, waarom (nog) niet?
7.
a) Welke precieze rangorde heeft dit grensoverschrijdend convenant ingenomen in de hiërarchie der rechtsnormen?
b) Heeft dit wel dezelfde hogere rangorde als de andere verdragsbepalingen ?
8.
a) Op welke wettelijke wijze en onder al welke specifieke voorwaarden of vormvereisten mochten op grensoverschrijdend en lokaal vlak in het verleden reeds soortgelijke inlichtingen schriftelijk of mondeling (ook telefonisch) worden uitgewisseld of ingewonnen door de Belgische belasting-, BBI- en BTW-administraties?
b) Welke niveaus, rangen of graden van de BBI-, belasting- en BTW-ambtenaren van de BBI, de klassieke diensten en van de controlecentra waren vóór de inwerkingtreding van genoemd nieuw dispositief al eerder wettelijk of reglementair bevoegd om met de uitdrukkelijke goedkeuring van hun centrale diensten de gewenste inlichtingen rechtsgeldig uit te wisselen met de aanpalende Franse departementen of met andere Franse belastingdirecties en omschrijvingen ?
9. Kunt u punt per punt uw huidige en uw vorige ziens- en handelwijze meedelen, zowel in het licht van het grondwettelijke legaliteitsbeginsel, de EG-richtlijn (77/799/EG) en het principe van de nationale soevereiniteit als in het kader van de bilaterale en/of multilaterale verdragen tussen Frankrijk en België en van de internationale bijstandsverdragen ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 22.12.2006)
Ik heb de eer het geacht lid het volgende te antwoorden op haar vragen.
1. Overeenkomstig artikel 6 van de overeenkomst is het dispositief in werking getreden de eerste dag van de maand die volgde op de ondertekening: de eerste juli 2006.
2. De overeenkomst waarmee het dispositief werd ingesteld, werd niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad maar werd op 9 oktober 2006 wel op de internetsite van de belastingadministratie gezet. Het geachte lid vindt hierna de link naar het administratief akkoord in kwestie:
http://www.fisconet.fgov.be/Directe belastingen/ Wetgeving/Internationaal/Administratieve samenwerking
Het al dan niet publiceren van de Overeenkomst in het
Belgisch Staatsblad heeft geen enkel gevolg voor de inwerkingtreding ervan.
3.
a) De artikelen 3 en 4 van de Overeenkomst definiëren het type van inlichtingen dat kan uitgewisseld worden in het kader van dit dispositief :
Artikel 3 : Uitwisseling van inlichtingen op verzoek.
De bevoegde ambtenaren wisselen, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst, op verzoek en geval per geval, inlichtingen uit :
- inzake gegevens die in aanmerking kunnen komen voor de heffing van de BTW en de controle op de levering van goederen en dienstverrichtingen, intracommunautaire verrichtingen en de invoer van goederen;
- inzake onmiddellijk beschikbare gegevens, met andere woorden die geen enkel onderzoek bij de belastingplichtigen of derden noodzaken en die de heffing van en de controle op de directe belastingen mogelijk maken.
Artikel 4 : Spontane uitwisseling van inlichtingen.
De bevoegde ambtenaren kunnen in alle omstandigheden, volgens de bepalingen van deze Overeenkomst, de inlichtingen waarvan ze kennis hebben en die in artikel 3 worden beoogd, aan elkaar spontaan meedelen.
b) De uitwisseling van inlichtingen gebeurt via correspondenten die aangeduid worden als bevoegde ambtenaren. Met het oog op de doeltreffendheid worden specifieke formulieren voorzien.
c) Inzake BTW: Ja (zie artikel 3 van de Overeenkomst). Inzake Directe Belastingen : Neen (zie artikel 3 van de Overeenkomst).
4. Artikel 1 van deze Overeenkomst definieert het toepassingsveld van dit dispositief :
Artikel 1 : Toepassingsveld
1. - Deze Overeenkomst is enkel van toepassing op de uitwisseling van inlichtingen inzake de belasting op de toegevoegde waarde en op de directe belastingen.
2. - Het toepassingsveld betreft :
Langs Franse zijde
- De diensten die vallen onder de bevoegdheid van de volgende directies van de fiscale diensten : Aisne (02), Ardennes (08), Meurthe-et-Moselle (54), Meuse (55), Nord-Lille (59-1), Nord-Valenciennes (59-2) en Pas-de-Calais (62);
- De controlediensten die ressorteren onder de directie fiscale controle van de interregio Noord (DIRCOFI Noord) en van de interregio Oost (DIRCOFI Oost).
Langs Belgische zijde
- De Nationale en Internationale Opsporingsdienst (NIOD);
- De Gewestelijke directies van :
- Brugge, Bergen en Namen inzake BTW.
- Aarlen, Brugge, Charleroi, Bergen en Namen inzake directe belastingen.
In België zijn deze Gewestelijke directies in de grensgebieden bevoegd op hun fiscaal grondgebied. De Nationale en Internationale Opsporingsdienst is bevoegd voor het gehele grondgebied en dit om de grensoverschrijdende uitwisseling van inlichtingen tussen andere Belgische directies (BTW en Directe Belastingen) en de bevoegde Franse fiscale diensten te verzekeren.
Immers, indien langs Franse zijde enkel 5 departementen betrokken zijn bij dit dispositief, is het langs
Belgische zijde, gelet op de beperktheid van het grondgebied, van toepassing op het gehele grondgebied.
5. Informatievergaderingen werden georganiseerd voor de NIOD en de betrokken Gewestelijke directies.
Elke ambtenaar beschikt over een toegang tot het intranet. De Overeenkomst, de lijst met de bevoegde autoriteiten en andere noodzakelijke inlichtingen zijn erin opgenomen.
Een interne instructie zal binnenkort worden gepubliceerd.
6.
a) Ja, de overeenkomst staat reeds op de site. Zie vraag nr. 2.
b) Zonder voorwerp.
7.
a) De overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van Frankrijk en België met betrekking tot een grensoverschrijdend dispositief is een administratieve regeling. Dergelijke regeling bevat geen juridische normen maar beperkt zich tot het vastleggen van bepaalde toepassingsregels voor de juridische instrumenten die er de grondslag van vormen, met name:
- Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 218/92;
- Richtlijn nr. 77/799/EEG van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies;
- De Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, het slotprotocol en de bijgevoegde brieven, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964, gewijzigd door de Avenanten die op 15 februari 1971 en 8 februari 1999 te Brussel werden ondertekend.
b) Zoals reeds gezegd vormt deze administratieve regeling geen nieuwe juridische basis voor de administratieve bijstand tussen Frankrijk en België. Die bijstand is uitsluitend op de hierboven opgesomde instrumenten gebaseerd.
8.
a) en b) Inzake de BTW is het de verordening(EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 die de administratieve samenwerking tussen de Lidstaten regelt. In dit wettelijk kader kan de uitwisseling van inlichtingen slechts gebeuren tussen bevoegde autoriteiten. Het is het centrale verbindingsbureau (CLO) dat de primaire verantwoordelijke is voor deze uitwisselingen (artikel 3.2 van hoger vermelde Verordening).
Niettemin, de paragrafen 3 en 4 van artikel 3 van deze verordening laten aan de bevoegde autoriteit van elke Lidstaat toe verbindingsdiensten en/of bevoegde ambtenaren aan te wijzen om rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen. Het is deze wettelijke basis die gebruikt wordt in het kader van het grensoverschrijdend dispositief om de verbindingsdienst en de bevoegde ambtenaren aan te wijzen.
Voordat dit dispositief in werking trad, moesten deze schriftelijke uitwisselingen van inlichtingen tussen Frankrijk en België gebeuren tussen het Belgisch centrale verbindingsbureau (CLO) en het Frans centrale verbindingsbureau.
Inzake directe belastingen baseerde de administratie zich - en zal ze zich ook verder baseren - op de volgende juridische instrumenten voor het uitwisselen van inlichtingen met buitenlandse belastingadministraties :
- het artikel met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen dat is opgenomen in de verscheidene dubbel-belastingverdragen die België heeft afgesloten;
- Richtlijn nr. 77/799/EEG van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies (deze Richtlijn werd door artikel 338 WIB 1992 omgezet naar Belgisch recht);
- Het gemeenschappelijke Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden van 25 januari 1988. Dat Verdrag is van kracht in volgende landen: Azerbeidzjan, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Italië, Nederland, Noorwegen, Polen, de Verenigde Staten, IJsland en Zweden.
Vóór de inwerkingtreding van het Belgisch-Franse grensoverschrijdend dispositief gebeurde de uitwisseling van inlichtingen inzake belastingen naar het inkomen uitsluitend tussen de centrale administraties van de overeenkomstsluitende Staten. Voortaan mogen bepaalde soorten inlichtingen op een meer lokaal niveau worden uitgewisseld door correspondenten die daartoe uitdrukkelijk zijn aangewezen in het administratief akkoord. In dat opzicht brengt het Belgisch- Franse grensoverschrijdend dispositief inderdaad een vernieuwing.
De uitwisseling van inlichtingen via de telefoon hebben geen enkele wettelijke waarde bij gebrek aan een schriftelijke bevestiging.
9. Dit grensoverschrijdend dispositief werd gerealiseerd in volledige overeenstemming met de Europese doelstellingen inzake administratieve samenwerking tussen de Lidstaten, zoals bijvoorbeeld inzake BTW werd vermeld in Overweging 12 van de verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003.
Bron: FisconetPlus
