Parlementaire vraag nr. 1875 van de heer de Clippele van 06.02.2002
VRAAG 02/1875
Vraag nr. 1875 van de heer de Clippele dd. 06.02.2002
Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-60, blz. 3348
Bull. nr. 841, pag. 2697-2698
Verenigingen - Winsten of baten
VRAAG
Ik heb vernomen dat de administratie de uitkering van dividenden of interesten aan de leden van een onverdeelde boedel die als vereniging is georganiseerd, belast.
Is de geachte minister niet de mening toegedaan dat de gewone regels voor het beheer van privé-vermogen van toepassing blijven als die verenigingen geen enkele commerciële of speculatieve daad stellen, maar binnen de strikte notie "beheer van privévermogen " blijven ?
Kan de geachte minister me overigens zeggen in welke omstandigheden de administratie het recht heeft om artikel 29 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen toe te passen met betrekking tot verenigingen met een vermogen ?
ANTWOORD
De door het geachte lid verstrekte gegevens zijn te vaag om een concreet antwoord op zijn vragen te kunnen verstrekken.
Daar hij blijkbaar een welbepaald geval beoogt, ben ik bereid een onderzoek te doen instellen, indien hij mij de identiteit van de betrokken personen alsook de benaming en het adres van de burgerlijke vennootschap in kwestie meedeelt.
Op het principiële vlak kan ik hem evenwel meedelen dat winsten of baten van burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid belast worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 29, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
In dergelijke vennootschappen of verenigingen worden de werkelijke opnemingen van de vennoten of leden, vermeerderd met hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baten, als winst of baten van die vennoten of leden belast.
Vraag nr. 1875 van de heer de Clippele dd. 06.02.2002
Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-60, blz. 3348
Bull. nr. 841, pag. 2697-2698
Verenigingen - Winsten of baten
VRAAG
Ik heb vernomen dat de administratie de uitkering van dividenden of interesten aan de leden van een onverdeelde boedel die als vereniging is georganiseerd, belast.
Is de geachte minister niet de mening toegedaan dat de gewone regels voor het beheer van privé-vermogen van toepassing blijven als die verenigingen geen enkele commerciële of speculatieve daad stellen, maar binnen de strikte notie "beheer van privévermogen " blijven ?
Kan de geachte minister me overigens zeggen in welke omstandigheden de administratie het recht heeft om artikel 29 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen toe te passen met betrekking tot verenigingen met een vermogen ?
ANTWOORD
De door het geachte lid verstrekte gegevens zijn te vaag om een concreet antwoord op zijn vragen te kunnen verstrekken.
Daar hij blijkbaar een welbepaald geval beoogt, ben ik bereid een onderzoek te doen instellen, indien hij mij de identiteit van de betrokken personen alsook de benaming en het adres van de burgerlijke vennootschap in kwestie meedeelt.
Op het principiële vlak kan ik hem evenwel meedelen dat winsten of baten van burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid belast worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 29, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
In dergelijke vennootschappen of verenigingen worden de werkelijke opnemingen van de vennoten of leden, vermeerderd met hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baten, als winst of baten van die vennoten of leden belast.
Bron: FisconetPlus
