Parlementaire vraag nr. 149 van de heer Leterme van 06.12.1999

VRAAG 99/149
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 28, blz. 3302
Bull. nr. 806, pag. 1437
Inlichtingen van derden
VRAAG
De artikelen 346 en 351 WIB 92 (over respectievelijk een bericht van wijziging en een aanslag van ambtswege) stellen dat de aanslag niet mag gevestigd worden "binnen de termijn van een maand na verzending van dat bericht" (tenzij in bepaalde gevallen waar de rechten van de Schatkist in gevaar zijn bijvoorbeeld).
Wij stellen nochtans herhaaldelijk vast dat uw controlediensten geregeld deze gegevens als vaststaand doorgeven aan de andere controlediensten vóór het verstrijken van deze termijnen, waardoor de andere controlediensten bepaalde handelingen stellen.
1. Bent u van mening dat de belastingkantoren vóór het verstrijken van de bedoelde termijnen de bedoelde gegevens mogen doorgeven aan de andere belastingkantoren?
2. Zo ja, worden hierdoor de rechten van de belastingplichtigen niet geschonden?
3. Zo neen, bent u van mening dat al de aanslagen die het gevolg zijn van deze handelingen van de controleur onwettig en nietig zijn?
ANTWOORD
Wanneer, in geval van een wijziging van aangifte of een aanslag van ambtswege, de belastingplichtige binnen de termijn van één maand schriftelijk zijn opmerkingen kan inbrengen, mag de aanslag, behoudens de voorziene uitzonderingen, niet worden gevestigd vóór die termijn verstreken is (artikelen 346, derde lid, en 351, laatste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 - WIB 92).
Daarentegen kunnen de in het kader van een onderzoek van de fiscale toestand van een bepaalde belastingplichtige ingewonnen inlichtingen worden ingeroepen met het oog op het belasten van derden (artikel 317, WIB 92).
Er is geen enkele band van afhankelijkheid tussen de voorafgaande bepalingen.
De hierboven ingeroepen taxatieprocedures, die eveneens van toepassing zijn ten opzichte van de betrokken derden, waarborgen de rechten van de belastingplichtige.