Parlementaire vraag nr. 1998 van de heer Wouter Vermeersch van 29.03.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 271

Invullen formulier 270 MLH. - Tweede casus.

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Huurders die een woning (deels) professioneel gebruiken en de huur als beroepskosten willen inbrengen, moeten vanaf 2024 een bijlage bij hun belastingaangifte voegen. Daarvoor stelde de fiscus een modelformulier (nr. 270 MLH) op, dat recent in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

Dit formulier roept heel wat vragen op, vandaar een tweede concrete casus: een bestaande vennootschap (boekhouding per kalenderjaar) kocht in 2015 het vruchtgebruik van een kantoorgebouw aan voor 300.000 euro van natuurlijk persoon A. De blote eigendom werd aangekocht door de bedrijfsleider van die vennootschap. In beroepskosten ingebracht in 2023: 300.000 x 1/20 = 15.000 euro, de afschrijving op het vruchtgebruik.

1. Wie moet als verlener(s) van het zakelijk gebruiksrecht worden vermeld voor aanslagjaar 2024?

2. Welke bedragen moeten in de twee regels van het vak C ingevuld worden voor aanslagjaar 2024? Op de eerste regel: 0,00 (want niets betaald in 2023). Maar wat dient op de tweede regel vermeld te worden? De afschrijving van 15.000,00 of 0,00?

3. Ingeval op beide regels van het vak C 0,00 moet ingevuld worden, wat is het nut dan van het opmaken en indienen van die bijlage 270 MLH?

4. Is die afschrijving op het vruchtgebruik over aanslag-jaar 2024 aftrekbaar als men bijlage 270 MLH niet opmaakt en niet indient?

ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)

Voorafgaand wordt opgemerkt dat de antwoorden verstrekt op de voorliggende vragen enkel rekening houden met de feiten en omstandigheden geschetst in de vraag en dus enkel gelden voor zover andere feitelijke omstandigheden die zich in de praktijk kunnen voordoen, geen impact hebben op de geschetste situatie.

1. Voor aanslagjaar 2024 dient de blote eigenaar vermeld te worden als verlener van het vruchtgebruik.

2. De afschrijvingen op een zakelijk gebruiksrecht kwalificeren niet als een eigenlijke vergoeding of een voordeel dat is toegekend of betaald aan de verlener van een zakelijk gebruiksrecht. Het bedrag van dergelijke afschrijvingen moet bijgevolg niet worden opgenomen in de rubriek C van de bijlage 270 MLH.

Dit is ook zo uiteengezet in het bericht van 14 maart 2024.

In de voorgelegde situatie zal rubriek C van de bijlage nr. 270 MLH voor aanslagjaar 2024 als volgt moeten worden ingevuld:

- betaald of toegekend bedrag: 0,00 euro;

- als werkelijke beroepskost ingebracht bedrag: 0,00 euro.

3. Artikel 307, § 2/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt in welke gevallen een bijlage 270 MLH bij de aangifte in de inkomstenbelasting moet gevoegd worden evenals welke gegevens moeten medegedeeld worden. De inlichtingen moeten worden verstrekt, ongeacht de hoedanigheid van de verhuurder of de persoon die een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed verleent (dus ook wanneer de verhuurder onderworpen is aan de vennootschapsbelasting). Ook de inlichtingen met betrekking tot bijv. de vergoedingen voor een recht van vruchtgebruik, voor een loopbaanpacht of een recht dat voldoet aan de in artikel 10, § 2, WIB 92 vermelde voorwaarden, moeten worden verstrekt, ook wanneer die vergoedingen niet belastbaar zijn in hoofde van degene die ze verkrijgt.

Op die manier wordt de impact van het niet voldoen aan de nieuwe verplichting op dezelfde manier gesanctioneerd, ongeacht de aard van de overeenkomst waardoor men het recht krijgt om een goed te gebruiken of de hoedanigheid van degene die dat recht verleent (Parl. St., Kamer, zitting 2023-2024, 55-3607/001, p. 63).

4. Het aftrekverbod dat is voorzien in artikel 53, 33°, WIB 92 geldt voor de eigenlijke vergoedingen voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht op onroerende goederen en alle andere voordelen die uit hoofde ervan zijn toegekend aan de verlener ervan.

De afschrijvingen op een zakelijk gebruiksrecht kwalificeren niet als een eigenlijke vergoeding voor het zakelijk gebruiksrecht of een voordeel dat is toegekend aan de verlener van het zakelijk gebruiksrecht.

De fiscaal aanvaardbare afschrijvingen op het zakelijk gebruiksrecht vallen dus niet onder het aftrekverbod van artikel 53, 33°, WIB 92.