Parlementaire vraag nr. 1459 van de heer Destexhe van 18.11.1998

VRAAG 98/1459
Vr. en Antw., Senaat, 1998-1999, nr. 1-92, blz. 4867
Bull. nr. 794, pag. 1959
Bezoldigingen niet-rijksinwoners.
VRAAG
Voor Belgische KMO's is het vaak van levensbelang dat ze over een handelsnetwerk kunnen beschikken in het buitenland en met name in landen die met België nog geen overeenkomst tot het vermijden van dubbele inkomstenbelasting hebben gesloten.
Ik heb vernomen dat uw diensten het inkomen van het plaatselijke personeel van deze bijkantoren belasten, terwijl deze mensen nooit in België hebben verbleven, er geen activiteit uitoefenen en er geen band mee hebben, behalve dat ze werken voor iemand die een zetel heeft in België.
Welke voorwaarden moeten zo'n ondernemingen vervullen om te voorkomen dat de beroepsinkomsten van het personeel twee keer worden belast: een keer in België en een keer in het land waar ze verblijven ?
ANTWOORD
De bezoldigingen van niet-inwonende werknemers die ten laste vallen van een rijksinwoner of van een binnenlandse vennootschap zijn overeenkomstig artikel 228, § 2, 6° a) en b), van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) aan de belasting van niet-inwoners onderworpen.
De bezoldigingen van de betrokken werknemers zijn evenwel op grond van artikel 230, 3°, WIB 92 vrijgesteld in zover zij een door de verkrijgers in het buitenland uitgeoefende werkzaamheid bezoldigen en worden toegerekend op de resultaten van de in het buitenland gelegen inrichting waarvoor werkzaamheden worden uitgeoefend. De loonkost moet met andere woorden in de beroepskosten van de buitenlandse inrichting en niet van de Belgische zetel voorkomen en moet derhalve in mindering komen van het resultaat van die inrichting.
Indien de hiervoor vermelde vrijstellingsvoorwaarden niet zijn vervuld, zijn de aan de betrokken niet-rijksinwoners betaalde bezoldigingen wel degelijk in België aan de belasting van niet-inwoners onderworpen.