Parlementaire vraag nr. 894 van de heer Borginon van 28.07.2005
Parlementaire vraag nr. 894 van de heer Borginon dd. 28.07.2005
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2004-2005, nr. 092, blz. 16468-16469
Inkomenscompenserende vergoeding - Bebossen van landbouwgronden
VRAAG
Het Besluit van de Vlaamse regering van 28 maart 2003 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen stelt een inkomenscompenserende vergoeding vast voor het bebossen van landbouwgronden; dit heeft tot doel de overproductie in de landbouw op een milieuvriendelijke wijze te beperken.
De premies in artikel 7 van dat regeringsbesluit, worden in het algemeen belast onder artikel 25, 6°, a)
WIB als winst van een landbouwbedrijf (behoudens enkele bijzondere premies waar een afzonderlijke aanslag van 16,5 % voor geldt in het kader van artikel 171, 4°, j)WIB).
Maar doordat de vlaamse regering de inkomenscompenserende subsidies ook toekent aan particulieren die dus geen landbouwbedrijf zijn, volgt de vraag in welke mate een particulier dergelijke inkomenscompenserende subsidie als «winst van een landbouwonderneming » moet aangeven.
De situatie van de particulier wijkt immers grondig af van die van de landbouwer:
- Het bedrag dat de landbouwers krijgen is hoger dan het bedrag dat de particulieren krijgen, juist omwille van het feit dat die landbouwers het als een vorm van belastbaar inkomen moeten aangeven.
- Voor de landbouwer gelden de premies als inkomenscompensatie voor ondernemingskosten. Het is dus niet onlogisch dat de vervanging van die ondernemingsinkomsten op dezelfde wijze belast wordt. Bij een particulier zijn het echter de pachtinkomsten die vervangen worden. Aangezien de pachtinkomsten belast worden via het kadastraal inkomen, is het toch logisch dat ook de vervanging van deze inkomsten belast worden via het KI en niet via de notie «winst van een landbouwonderneming ».
1. Moeten particulieren deze premies nu aangeven of niet ?
2. Zo ja, op welke plaats : is dit via het kadastraal inkomen of via «winst van de landbouwonderneming?
3. Zo ja.
a) Hoe valt dat dan te rijmen met de verschillen in bedragen die worden toegekend?
b) Dient deze regeling niet afgestemd te worden op die van de gewesten ?
c) Moet hierover geen overleg gepleegd worden?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.09.2005)
Artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 maart 2003 betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van de verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen ( Belgisch Staatsblad van 19 mei 2003) voorziet inderdaad een vergoeding ter compensatie van inkomensverliezen ten gevolge van bebossing van landbouwgrond.
Welnu, dergelijke inkomsten, verkregen door natuurlijke personen die eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder van de betreffende landbouwgronden zijn die niet worden gebruikt in het kader van een zelfstandige beroepsactiviteit, en waarvoor de subsidies worden toegekend, kunnen worden aangemerkt als inkomsten uit normale verrichtingen van beheer van een privé-vermogen. In dat geval zijn zij niet aan de personenbelasting onderworpen.
