Parlementaire vraag nr. 1159 van mevrouw Nyssens van 20.02.2001
VRAAG 01/1159
Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-33, blz. 1630-1631
Co-ouderschap - Alimentatiegeld
VRAAG
De wet van 4 mei 1999 heeft veranderingen aangebracht aan het stelsel van het co-ouderschap. Na een eerste concrete toepassing van de bepalingen van die wet, lijkt het mij nuttig om na te gaan of de veranderingen die door de wet van 4 mei 1999 zijn aangebracht, wel bevredigend zijn.
Ik had van de geachte minister graag een antwoord gekregen op de volgende vragen.
In de belastingaangifte voor natuurlijke personen van het aanslagjaar 2000 staat in vak II (personalia), punt B, te lezen dat de belastingplichtigen kunnen kiezen voor een stelsel van coouderschap waarbij ze toch nog aanspraak kunnen maken op de verdeling van de vrijstelling voor een kind ten laste. Hoeveel belastingplichtigen hebben gevraagd om dat facultatief stelsel toe te passen?
In de toelichting wordt eraan herinnerd dat er op fiscaal vlak geen alimentatiegeld mag worden afgetrokken als men tegelijkertijd de toepassing van het stelsel van de beurtelingse huisvesting en de verdeling van de vrijstelling voor een kind ten laste vraagt. Hoeveel belastingplichtigen hebben hun alimentatiegeld niet kunnen aftrekken omdat ze gekozen hebben voor het stelsel van het co-ouderschap?
ANTWOORD
Vanaf het aanslagjaar 2000 biedt het nieuw artikel 132bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 inderdaad de mogelijkheid aan gescheiden levende ouders, de toeslagen op de belastingvrije som met betrekking tot het kind waarvoor het hoederecht wordt gedeeld, voor de helft aan elk van beiden toe te kennen, op voorwaarde dat zij daartoe gezamenlijk een schriftelijke aanvraag indienen.
Die aanvraag moet bij hun aangifte in de personenbelasting worden gevoegd. Zij geldt slechts voor één aanslagjaar en kan niet worden herroepen.
Indien de ouders opteren voor de verdeling van die toeslagen op de belastingvrije som, zijn de onderhoudsuitkeringen welke voor de kinderen betaald zijn, echter niet aftrekbaar van het totaal netto-inkomen.
Wat het aantal belastingplichtigen betreft die geopteerd hebben voor dit facultatief regime, dient aangestipt dat de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit op dit ogenblik nog niet over de desbetreffende statistieken beschikt, vermits de inkohiering voor het aanslagjaar 2000 nog volop bezig is.
Bron: FisconetPlus
