Parlementaire vraag nr. 56002753C van de heer Vincent Van Quickenborne van 25.02.2025

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2024-2025, CRIV 56 COM 86 d.d. 25.02.2025 blz. 41

Het belasten van fooien

VRAAG (van de heer Piedboeuf)

Mijnheer de minister, ik hoop dat u af en toe eens een fooi geeft. Fooien worden in België blijkbaar als een beroepsinkomen belast. Fooien zijn dus onderworpen aan belastingen. Dat roept vragen op over de fiscale rechtvaardigheid en de administratieve last die ermee gepaard gaat.

Mijnheer de minister, krachtens welke artikelen van het WIB 92 moeten fooien worden aangegeven en belast?

Zijn er daadwerkelijk aangiftes van fooien in de belastingaangiftes van burgers terug te vinden? Kortom, geven belastingplichtigen het in hun belastingaangifte aan als ze bijvoorbeeld 5 euro fooi ontvangen? Gaat het om een significant bedrag of blijft het een verwaarloosbaar element in de totale belastingopbrengsten? Ik mag hopen van wel.

Wat vindt u van de belasting op fooien? Is het gerechtvaardigd dat spontane giften van klanten belast worden?

Hoe staat u tegenover de administratieve poespas die ermee gepaard gaat? Ik geef een voorbeeld. Men betaalt elektronisch 72 euro en men geeft 8 euro fooi. Dan is de werkgever vandaag verplicht om daarop niet alleen een bedrijfsvoorheffing in te houden, dus een belasting, maar ook nog eens sociale bijdragen. Dat moet allemaal verwerkt worden.

Mijnheer de minister, wilt u, met uw arizonahervormingsdrang, ook dat systeem aanpassen en fooien onbelast te maken? Niet alleen ik maar ook vele collega's hier kijken uit naar uw antwoord, want vanmorgen hebben we in de commissie een wetsvoorstel ter zake ingeleid.

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen)

Mijnheer Van Quickenborne, voor werknemers die volledig, hoofdzakelijk of bijkomend met fooien worden bezoldigd, bepaalt artikel 31, tweede lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 expliciet dat die fooien belastbare bezoldigingen van werknemers uitmaken. De belastbare brutobezoldiging van die werknemers, met inbegrip van hun fooien, mag daarbij niet minder bedragen dan de forfaitaire bezoldiging die als grondslag heeft gediend voor de berekening van de socialezekerheidsbijdrage van de werkgevers en de werknemers.

U verwijst inderdaad terecht naar administratieve poespas. De regering staat steeds open voor vereenvoudigingen. Zoals u weet, willen wij elk jaar met een wet houdende lagere kosten administratieve formaliteiten wegwerken.

In de belastingaangifte is er geen specifieke code voor het aangeven van fooien die zijn inbegrepen in de gewone bezoldigingen van de werknemer. In de loonfiche bestaat er wel een rubriek. Ik kan u volgende cijfers meegeven uit de loonfiches. In het inkomstenjaar 2021 waren er 7.556 dergelijke belastingplichtigen, met een totaal aan bruto belastbaar bedrag aan ontvangen fooien van 27,9 miljoen euro. In 2022 waren er 9.636 voor een bedrag van 36 miljoen euro en in 2023 11.328 voor een bedrag van 37,9 miljoen euro.

Vincent Van Quickenborne : Mijnheer de minister, blijkbaar geven toch wel wat mensen dat ook aan. De cijfers slaan wellicht ook op de groep van toiletdames en -heren, die volledig in fooien worden betaald. Dat moet nog eens nader worden bekeken.

U bent bereid om dat eventueel te remediëren via de wet op de lagere kosten. U zet de deur toch lichtjes open. Dat is een goede zaak. Laat fooien voor werknemers zijn, niet voor de overheid. Het fundamentele verschil met de Verenigde Staten is dat mensen daar vaak gedeeltelijk worden betaald in fooien. In ons land, zoals collega Piedboeuf vanmorgen zei, komen fooien boven op het loon en zijn ze dus een extraatje voor de mensen. Dat moet dus op een andere manier worden bekeken. Ik hoop dat u en anderen die de fooien gunstig gezind zijn, de fooien zult vrijstellen van belastingen en sociale bijdragen.