Parlementaire vraag nr. 893 van de heer Leterme van 29.01.2002
VRAAG 02/893
Vraag nr. 893 van de heer Leterme dd. 29.01.2002
Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 133, blz. 16721-16722
Voorafgaand akkoord - Dubieuze vordering - Waardevermindering
VRAAG
Naar aanleiding van een recent dossier verneem ik dat in het kader van de vigerende fiscale wetgeving de fiscale administratie nu bereid is om reeds vσσ r het aangaan van de verbintenis zelve te bevestigen aan de betrokken rechtspersonen dat zij akkoord kan gaan om deze verbintenis al of niet volledig als een dubieuze vordering te beschouwen voor het betrokken aanslagjaar.
1. Kan u bevestigen dat elke belastingplichtige in het kader van de vigerende fiscale wetgeving voorafgaand aan het aangaan van de verbintenis aan de administratie kan vragen of het voorwerp van een bepaalde voorgenomen transactie als een (al of niet gedeeltelijk) dubieuze vordering zal mogen beschouwd worden?
2.
a) Wordt zo'n voorafgaande stellingname van de administratie als een ruling beschouwd?
b) Zo neen, waarom niet?
3. Welke garanties kan u bieden dat alle investeerders in ons land op een spoedig (en dus nuttig) antwoord van de administratie op dergelijke vragen kunnen rekenen?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat de systemen van voorafgaande akkoorden en beslissingen, zoals ze thans van toepassing zijn, respectievelijk werden ingevoerd door de wet van 20 juli 1991 houdende begrotingsbepalingen (zie artikel 345 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992) en het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot inrichting van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken. Op basis van deze wetsbepalingen kan omtrent de vraag of een vordering, ingevolge de boeking van een verantwoorde waardevermindering, al dan niet gedeeltelijk als een dubieuze vordering kan worden beschouwd geen voorafgaand akkoord worden gegeven of voorafgaande beslissing worden genomen door de bevoegde diensten van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit.
Evenwel kan elke belastingplichtige met de betrokken diensten van de administratie overleg plegen tijdens de procedure die aan het vestigen van de aanslag voorafgaat waarbij de aandacht wordt gevestigd op het feit dat de fiscale wetten van openbare orde zijn en de belastingdiensten instaan voor de toepassing van die wetten rekening houdende met de interpretatie die hun administratieve overheid aan een bepaald wetsartikel geeft.
Dienaangaande stellen de boekhoudkundige bepalingen dat de vorderingen in de balans in beginsel opgenomen worden voor hun nominale waarde, onder aftrek van de waardeverminderingen die worden toegepast zo er voor deze vorderingen onzekerheid bestaat over de betaling op de vervaldag of nog wanneer hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde.
Op fiscaal vlak worden waardeverminderingen op schuldvorderingen aangenomen indien ze met een onbetwistbaar of quasi zeker verlies van de bedoelde schuldvorderingen overeenstemmen. Deze waardevermindering moeten geval per geval worden geraamd op grond van feiten en omstandigheden die bestonden op het einde van het boekjaar waarin zij werden toegepast (zie in dat verband ook het antwoord dat werd verstrekt op de mondelinge parlementaire vraag nr. 9390 van 13 december 2001, gesteld door de heer A. Borginon).
Vraag nr. 893 van de heer Leterme dd. 29.01.2002
Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 133, blz. 16721-16722
Voorafgaand akkoord - Dubieuze vordering - Waardevermindering
VRAAG
Naar aanleiding van een recent dossier verneem ik dat in het kader van de vigerende fiscale wetgeving de fiscale administratie nu bereid is om reeds vσσ r het aangaan van de verbintenis zelve te bevestigen aan de betrokken rechtspersonen dat zij akkoord kan gaan om deze verbintenis al of niet volledig als een dubieuze vordering te beschouwen voor het betrokken aanslagjaar.
1. Kan u bevestigen dat elke belastingplichtige in het kader van de vigerende fiscale wetgeving voorafgaand aan het aangaan van de verbintenis aan de administratie kan vragen of het voorwerp van een bepaalde voorgenomen transactie als een (al of niet gedeeltelijk) dubieuze vordering zal mogen beschouwd worden?
2.
a) Wordt zo'n voorafgaande stellingname van de administratie als een ruling beschouwd?
b) Zo neen, waarom niet?
3. Welke garanties kan u bieden dat alle investeerders in ons land op een spoedig (en dus nuttig) antwoord van de administratie op dergelijke vragen kunnen rekenen?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat de systemen van voorafgaande akkoorden en beslissingen, zoals ze thans van toepassing zijn, respectievelijk werden ingevoerd door de wet van 20 juli 1991 houdende begrotingsbepalingen (zie artikel 345 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992) en het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot inrichting van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken. Op basis van deze wetsbepalingen kan omtrent de vraag of een vordering, ingevolge de boeking van een verantwoorde waardevermindering, al dan niet gedeeltelijk als een dubieuze vordering kan worden beschouwd geen voorafgaand akkoord worden gegeven of voorafgaande beslissing worden genomen door de bevoegde diensten van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit.
Evenwel kan elke belastingplichtige met de betrokken diensten van de administratie overleg plegen tijdens de procedure die aan het vestigen van de aanslag voorafgaat waarbij de aandacht wordt gevestigd op het feit dat de fiscale wetten van openbare orde zijn en de belastingdiensten instaan voor de toepassing van die wetten rekening houdende met de interpretatie die hun administratieve overheid aan een bepaald wetsartikel geeft.
Dienaangaande stellen de boekhoudkundige bepalingen dat de vorderingen in de balans in beginsel opgenomen worden voor hun nominale waarde, onder aftrek van de waardeverminderingen die worden toegepast zo er voor deze vorderingen onzekerheid bestaat over de betaling op de vervaldag of nog wanneer hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde.
Op fiscaal vlak worden waardeverminderingen op schuldvorderingen aangenomen indien ze met een onbetwistbaar of quasi zeker verlies van de bedoelde schuldvorderingen overeenstemmen. Deze waardevermindering moeten geval per geval worden geraamd op grond van feiten en omstandigheden die bestonden op het einde van het boekjaar waarin zij werden toegepast (zie in dat verband ook het antwoord dat werd verstrekt op de mondelinge parlementaire vraag nr. 9390 van 13 december 2001, gesteld door de heer A. Borginon).
Bron: FisconetPlus
