Parlementaire vraag nr. 37 van mevrouw Mireille Colson van 24.09.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/002 d.d. 08.11.2024, blz. 208
TAK23- en TAK21-verzekeringen - Roerend inkomen - Inhouding roerende voorheffing - Private stichting of vzw
VRAAG (van mevrouw Colson)
Er bestaat in de praktijk blijkbaar enige twijfel of een Belgische verzekeraar roerende voorheffing dient in te houden op een TAK23- en TAK21-verzekering wanneer een Belgische private stichting of vzw die aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen bij betrokken is. 1. Zijn TAK23-verzekeringen zonder rendementsgarantie begrepen onder artikel 19, 1, 3°, b) WIB92? Indien niet, vormen de kapitalen en afkoopwaarden een roerend inkomen? 2. Zijn inkomsten begrepen in kapitalen en afkoopwaarden van een TAK-21-levensverzekering met rendementsgarantie gesloten door een Belgische private stichting of vzw die onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting waarbij zij zelf begunstigde is, overeenkomstig artikel 221, eerste lid, 2° WIB92 een roerend inkomen in hoofde van de begunstigde: a) wanneer het contract gesloten is voor meer dan acht jaar en de kapitalen of afkoopwaarden effectief worden betaald meer dan acht jaar na het sluiten van het contract; b) wanneer niet voldaan is aan a)? 3. Zijn inkomsten begrepen in kapitalen en afkoopwaarden van een TAK-21-levensverzekering met rendementsgarantie gesloten door een natuurlijke persoon met begunstigde een Belgische private stichting of vzw die onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting overeenkomstig artikel 221, eerste lid, 2° WIB92 een roerend inkomen in hoofde van de begunstigde: a) wanneer het contract gesloten is voor meer dan acht jaar en de kapitalen of afkoopwaarden effectief worden betaald meer dan acht jaar na het sluiten van het contract; b) wanneer niet voldaan is aan a)? 4. Dient de Belgische verzekeraar roerende voorheffing in te houden indien het beneficium onder respectievelijk punt 1 tot 3 in hoofde van de Belgische stichting of vzw roerende inkomsten vormt?
ANTWOORD (van de Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale Loterij)
Met punt 1 wenst u te vernemen of een tak 23-levensverzekeringcontract zonder rendementsgarantie valt onder de toepassing van artikel 19, § 1, eerste lid, 3°, b), WIB 92. Het voormelde artikel heeft betrekking op levensverzekeringscontracten die verbonden zijn aan één of verschillende beleggingsfondsen wanneer bij hun inschrijving verbintenissen worden aangegaan die wat betreft hun duur en hun bedrag of hun rendementsvoet bepaald zijn. Het al dan niet bestaan van die verbintenissen hangt af van het geheel van de feitelijke en juridische elementen die eigen zijn aan het betrokken contract dat wordt gesloten. Wanneer zou blijken dat voor het bedoelde contract geen van die verbintenissen zijn aangegaan, vormen de inkomsten met betrekking tot de kapitalen en afkoopwaarden van het contract geen inkomsten van roerende goederen en kapitalen zoals bedoeld in artikel 19, § 1, eerste lid, 3°, b), WIB 92. De in punt 2 bedoelde inkomsten die begrepen zijn in kapitalen en afkoopwaarden van een tak 21-levensverzekeringcontract met rendementsgarantie gesloten door een Belgische private stichting of vzw onderworpen aan de rechtspersonenbelasting die de begunstigde is van dat contract, zijn inkomsten van roerende goederen en kapitalen zoals bedoeld in artikel 19, § 1, eerste lid, 3° a), WIB 92. Volgens artikel 221, eerste lid, 2°, WIB 92, zijn dergelijke inkomsten belastbaar in de rechtspersonenbelasting. De bepalingen van artikel 21, eerste lid, 9°, WIB 92, waarbij inkomsten niet worden aangemerkt als inkomsten van roerende goederen en kapitalen zijn niet van toepassing aangezien zij uitsluitend de door een natuurlijke persoon gesloten levensverzekeringscontracten betreffen. Wanneer in de voormelde gevallen de inkomsten worden aangemerkt als inkomsten van roerende goederen en kapitalen, is bij de toekenning of betaalbaarstelling ervan door de betrokken Belgische verzekeraar, volgens de artikelen 261, eerste lid, 1° en 269, § 1, 1°, WIB 92, een roerende voorheffing verschuldigd van 30 %.
