Parlementaire vraag nr. 698 van de heer Lahaye van 16.05.2001

VRAAG 01/698
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 152, blz. 19457-19458
Pensioenspaarfonds - Beleggingsvoorschriften
VRAAG
De Belgische Vereniging van beleggingsfondsen pleit voor de versoepeling van de "10-procentregel". Zij vindt dat pensioenspaarfondsen meer buiten de Brusselse beurs kunnen beleggen en beroept zich daarvoor op de economische en financiële realiteit waarbij beleggers, zowel groot als klein, diversifiëren door meer te investeren op buitenlandse aandelenmarkten.
Zijn er plannen om de 10-procentregel te versoepelen en zullen er dan ook bijkomende maatregelen inzake risicobeheersing worden opgelegd aan de pensioenfondsen?
ANTWOORD (15.01.2003)
De Europese Commissie heeft op 31 mei 2001 een gemotiveerd advies (dossier 2000/2064) uitgebracht waarin wordt bepaald dat, door artikel 5 van het koninklijk besluit van 22 december 1986 betreffende de financiële voorwaarden voor de beleggingsactiviteiten van gemeenschappelijke spaarfondsen in het kader van het stelsel van derdeleeftijds- of pensioensparen te handhaven, het Koninkrijk België de verplichtingen niet is nagekomen, die op hem rusten krachten artikel 56 EG-Verdrag. De gewraakte bepaling betreft de beleggingsverplichting die momenteel overeenkomstig de bepalingen van het artikel 145^11 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) van toepassing is op de activa van pensioenspaarfondsen.
De bepalingen zoals die in artikel 145^11, WIB 1992 zijn vermeld, zijn volgens de Europese Commissie in strijd met artikel 56 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat bepaalt dat alle beperkingen van het kapitaalverkeer tussen de lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen verboden zijn. Een ontwerp dat ertoe strekt de gewraakte bepaling in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie werd aan de Europese Commissie aangemeld voor advies.
Deze bepalingen passen artikel 145^11, WIB 92 aan de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan.
Gezien al de lidstaten van de Europese Unie de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte hebben ondertekend en gezien deze overeenkomst tevens een bepaling bevat inzake het vrije verkeer van kapitalen, is er bij de redactie van het nieuwe artikel 145^11 WIB 1992 voor geopteerd te verwijzen naar de Europese Economische Ruimte in plaats van naar de Europese Unie.
Dientengevolge voorziet het ontwerp met name dat de verplichting om te beleggen in Belgische waarden zou worden opgeheven en vervangen door een verplichting om te beleggen in waarden die, binnen de Europese Economische Ruimte, worden uitgegeven in euro of in de munt van één van de landen die tot die Europese Economische Ruimte behoren.