Parlementaire vraag nr. 123 van mevrouw Pieters van 22.06.2004
VRAAG 04/123/2
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 085, blz. 14778-14781
Kosteloze beschikking over onroerend goed - Voordeel van alle aard - Boekhouding - Onderhouds- en herstellingswerken
VRAAG
Luidens de reglementaire bepalingen van artikel 18, § 3, 2°, KB/WIB 1992 wordt het belastbaar voordeel van alle aard forfaitair vastgesteld op 100/60 of 100/90 van het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed naargelang het een gebouwd of een ongebouwd onroerend goed betreft.
In afwijking van het voornoemd lid wordt, voor gebouwde onroerende goederen of gedeelten daarvan die ter beschikking worden gesteld door "rechts-personen ", het voordeel als volgt vastgesteld:
a) indien het kadastrale inkomen (KI) van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed kleiner is dan of gelijk is aan 745 euro: 100/60 van het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed, vermenigvuldigd met 1,25;
b) indien het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed groter is dan 745 euro: 100/60 van het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed, vermenigvuldigd met 2.
Bij de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard dat voortvloeit uit de kosteloze beschikking over onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, speelt het geïndexeerd KI in principe dus een zeer belangrijke rol.
Het in aanmerking te nemen KI is het KI dat door de administratie van het Kadaster is betekend en onder andere werd bepaald overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de artikelen 477, 478 en 479, WIB 1992, waarbij rekening werd gehouden met forfaitaire onderhouds- en herstellingswerken.
Zowel de oprit, de parking, de voor- en achtertuin, plankieren, de stoep, het terras, de moestuin, bomen en struiken, het tuinhuisje, een serre, een visvijver, een zwembad, de omheining en diverse andere gebouwde of ongebouwde aanhorigheden vormen daarbij éénzelfde bebouwd kadastraal perceel en zijn eveneens opgenomen in het actief of patrimonium van de rechtspersoon en ondergaan derhalve het risico van de onderneming.
Het is duidelijk dat alle mogelijke grove en kleine onderhoudswerken aan het al dan niet geheel gratis ter beschikking gestelde gebouw en van alle mogelijk gebouwde of ongebouwde aan- of bijhorigheden (zoals de tuin) uitgevoerd door een geregistreerd aannemer van tuinaanleg- en onderhoud aan de (volle) eigendom van de rechtspersoon ten laste van die vennootschap vallen en fiscaal eventueel kunnen worden afgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikelen 49, 52, 6°, en 61, WIB 1992.
In de praktijk rijzen echter wel nog steeds de volgende algemene pertinente fiscale en boekhoudkundige vragen.
1.
a) Moeten alle mogelijke herstellings- en onderhoudswerken die krachtens het Burgerlijk Wetboek in beginsel door de huurder of bewoner moeten worden gedragen als een extra-voordeel van alle aard belastbaar ten name van de bedrijfsleiders nog aan eerstgenoemd forfaitair bepaald voordeel worden toegevoegd of zijn deze er reeds integraal in vervat?
b) Primeren alhier de wettelijke en reglementaire bepalingen van het WIB 1992 die van openbare orde zijn en geldt het adagium "in dubio contra fiscum"?
2. Op al welke balans- en resultatenrekeningen (rekeningennummers) van de rechtspersoon moeten de volgende elementen worden geboekt:
a) de reeds gedeeltelijk aangerenkende maandelijkse huur;
b) de herstellings- en onderhoudskosten die volgens de jurisprudentie en de gangbare opvattingen ten laste van de huurder-bedrijfsleider of bewoner vallen;
c) de herstellings- en onderhoudskosten die volgens de rechtspraak en de gebruiken ten laste van de vennootschap-eigenares vallen?
3. Kan u uw algemene praktische ziens- en handelwijze meedelen in het licht van zowel de bepalingen van de artikelen 30, 2°; 32, 36, eerste en tweede lid; 477 en volgende van het WIB 1992 en de desbetreffende reglementaire uitvoeringsbepalingen, het grondwettelijk legaliteitsbeginsel, het Burgerlijk Wetboek als de boekhoudwet en de terzake uitgevaardigde adviezen van de Commissie voor boekhoudkundige normen (CBN)?
ANTWOORD ( minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, 28.06.2005)
Ik deelde met mijn antwoord, dat verschenen is in het Bulletin van Vragen en Antwoorden van 4 oktober 2004 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2003-2004, blz. 7309) mee dat ik wachtte op het advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen, handelend over dit onderwerp. Dit advies werd me overgemaakt en rekening houdende met de bevoegdheden van mijn departement inzake boekhoudrecht, heb ik de eer het geachte lid het volgende antwoord te geven op de gestelde vragen.
2.
a) De door rechtspersonen aan bedrijfsleiders gedeeltelijk aangerekende maandelijkse huur moet geboekt worden op rekening 74 "Andere bedrijfs- opbrengsten ". Immers, de opbrengst moet in wezen beschouwd worden als een vorm van compensatie voor de opgelopen kosten, zoals de herstellings- en onderhoudskosten, de afschrijvingen en de verzekeringskosten, die op hun beurt deel uitmaken van de bedrijfskosten.
b) De herstellings- en onderhoudswerken van ter beschikking van bedrijfsleiders gestelde onroerende goederen, die volgens de jurisprudentie en de gangbare opvattingen ten laste van de huurderbedrijfsleider of bewoner vallen, moeten daarentegen op een andere manier in de boekhouding verwerkt worden. Deze kosten vertegenwoordigen immers een voordeel van alle aard in hoofde van de bedrijfsleider. Het CBN advies 128/8 "Boeking van voordelen van alle aard" luidt als volgt: "Privéuitgaven die normaliter door de werknemer zelf moeten worden gedragen, maar door de onderneming definitief in zijn plaats zijn betaald, moeten evenwel steeds in de rekening "Bezoldigingen" worden geboekt, omdat een dergelijke betaling als een bezoldiging moet worden beschouwd". Bijgevolg zijn twee verwerkingswijzen mogelijk. Indien het voordeel van alle aard waarvan sprake wordt toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, moeten de kosten geboekt worden op rekening 62 "Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen ". Indien het voordeel van alle aard daarentegen niet wordt toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, moeten de kosten geboekt worden op rekening 618 "Bezoldigingen, premies voor buitenwettelijke verzekeringen, ouderdomsen overlevingspensioenen van bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten die niet worden toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst".
c) De herstellings- en onderhoudskosten van aan de bedrijfsleiders ter beschikking gestelde onroerende goederen, die volgens de rechtspraak en de gebruiken ten laste van de vennootschap-eigenares vallen, moeten geboekt worden overeenkomstig alle andere herstellings- en onderhoudskosten van onroerende goederen die de vennootschap in eigendom heeft. Het ter beschikking stellen van onroerende goederen aan derden doet geen afbreuk aan het feit dat bovengenoemde kosten ten laste blijven van de vennootschap-eigenares en dus ook niet aan de boekhoudkundige verwerkingswijze van deze kosten. Bijgevolg worden deze kosten geboekt op rekening 61 "Diensten en diverse goederen".
Bron: FisconetPlus
