Parlementaire vraag nr. 1104 van mevrouw Veerle Wouters van 06.07.2016

Parlementaire vraag nr. 1104 van mevrouw Veerle Wouters d.d. 06.07.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/089 d.d. 23.09.2016, blz. 337

Roerende voorheffing. - Aandelensplitsing. - Partiële splitsing

VRAAG (van mevrouw Wouters)

Bij de splitsing van aandelen van buitenlandse vennootschappen houden de beurshuizen roerende voorheffing in op de waarde van de daarna toegekende aandelen (zie Comm.IB, artikel 18 WIB92 18/16). Dit is echter ook het geval wanneer de aandeelhouder geen verrijking ondervindt. Bijvoorbeeld vanwege een eenvoudige aandelensplitsing om de prijs van het aandeel laag te houden, of vanwege een "partiële splitsing" (artikel 677 W.Venn.) waarbij een deel van het vermogen van een vennootschap (A) overgaat naar een andere vennootschap (B) en de aandeelhouders van (A) hiervoor aandelen krijgen van (B).

1. Ingevolge artikel 211 WIB92, § 1, 1° komen de nieuw uitgegeven aandelen van de overnemende of verkrijgende vennootschap niet in aanmerking voor een belastingheffing overeenkomstig artikel 209 WIB92. De partiële splitsing wordt met andere woorden fiscaal reeds neutraal behandeld, dit wanneer het gaat om een binnenlandse of intra-Europese vennootschap. In het geval er sprake is van een verrichting verbonden aan een buitenlandse (buiten-Europese) inrichting, vervalt de bovengenoemde vrijstelling.

a) Wordt er in dit laatste geval geacht een dividend te zijn uitgekeerd?

b) Dient de roerende voorheffing ingehouden te worden?

2. In 2006 meldde uw voorganger (vraag nr. 762 van Pieter De Crem van 2 mei 2005, Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 114) dat de administratie het onderzoek naar de fiscale behandeling van buitenlandse verrichtingen die sterk gelijken op een partiële splitsing nog niet had afgerond. Zijn de resultaten van dat onderzoek intussen bekend?

3. Ook in het geval van een eenvoudige aandelensplitsing houdt de fiscus roerende voorheffing in. Hierdoor zien veel beleggers, indien zij op de hoogte zijn, zich genoodzaakt het aandeel te verkopen en na de splitsing terug te kopen. Bent u akkoord dat dergelijke aandelensplitsing, net als een partiële splitsing, geen verrijking van de aandeelhouder hoeft te betekenen? Zo ja, welke mogelijkheid ziet u dan om dergelijke splitsingen niet langer als dividend aan te merken?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De verrichting zoals bedoeld in de eerste vraag is die waarbij een buitenlandse vennootschap, die is gevestigd buiten de Europese Unie, een gedeelte van haar activa en haar eigen vermogen overdraagt aan een andere vennootschap tegen de uitgifte door die laatste van aandelen die onmiddellijk worden overgedragen aan de aandeelhouders van de gesplitste vennootschap die verder blijft bestaan. Een dergelijke verrichting geeft aanleiding tot een belastbaar dividend ten name van de aandeelhouders van de partieel gesplitste vennootschap. Het bedrag ervan is gelijk aan het positieve verschil tussen de werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen dat werd overgedragen aan de verkrijgende vennootschap en het bedrag dat te beschouwen is als gestort kapitaal dat eveneens werd overgedragen aan de verkrijgende vennootschap. De roerende voorheffing is in principe verschuldigd op het dividend dat op die manier wordt bepaald. Rekening houdend met de wettelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd, in het bijzonder de omzetting van de fusierichtlijn en de invoering van een nieuwe overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting met de Verenigde Staten, is het door u aangehaalde onderzoek verouderd. Ik zal mijn administratie vragen de analyse verder te zetten op basis van dit nieuwe wettelijk kader. Ik kan u evenwel erop wijzen dat de taxatie van de partiële splitsingen die worden uitgevoerd door Amerikaanse vennootschappen niet in strijd is met de bepalingen van de nieuwe overeenkomst die is ondertekend met de Verenigde Staten. Ik kan u bevestigen dat de verrichting waarbij een vennootschap de waarde van haar aandelen verdeelt om haar aantal aandelen te verhogen, geen uitkering is van een dividend. Die verrichting heeft inderdaad niet tot gevolg gehad dat aan de aandeelhouders of vennoten een nieuwe rijkdom wordt toegekend die uit het maatschappelijk vermogen is gegaan. Het heeft alleen tot gevolg dat het ongewijzigde totale deel van elke aandeelhouder of vennoot in dat vermogen door een groter aantal aandelen wordt vertegenwoordigd.