Parlementaire vraag nr. 1363 van de heer Leterme van 06.05.1998
VRAAG 98/1363
Vraag nr. 1363 van de heer Leterme dd. 06.05.1998
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 133, blz. 18407-18408
Bull. nr. 1363, pag. 2252
Meerwaarden gebouwen.
VRAAG
Krachtens artikel 44, 2°, van het WIB 1992 zijn meerwaarden op onroerende goederen belastbaar wanneer er fiscaal afschrijvingen of waardeverminderingen zijn op aangenomen.
Op een vroegere parlementaire vraag antwoordde u in verband met de afschrijvingen van verbouwingswerken dat, gezien de verbouwingswerken onafscheidbaar opgenomen zijn in het goed zelf, deze moeten worden gelijkgesteld met afschrijvingen van het gebouw zelf.
Geldt dit ook voor herstellingswerken? Deze (bijvoorbeeld het vernieuwen van dakbedekking) worden dikwijls afgeschreven, gezien de grootte van het bedrag. Aldus zouden deze afschrijvingen later aanleiding kunnen geven tot een meerwaardebelasting bij verkoop van het onroerend goed.
ANTWOORD
Gelet op de uitdrukkelijke bewoordingen van artikel 41, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, luidt het antwoord op de door het geacht lid gestelde vraag bevestigend.
Vraag nr. 1363 van de heer Leterme dd. 06.05.1998
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 133, blz. 18407-18408
Bull. nr. 1363, pag. 2252
Meerwaarden gebouwen.
VRAAG
Krachtens artikel 44, 2°, van het WIB 1992 zijn meerwaarden op onroerende goederen belastbaar wanneer er fiscaal afschrijvingen of waardeverminderingen zijn op aangenomen.
Op een vroegere parlementaire vraag antwoordde u in verband met de afschrijvingen van verbouwingswerken dat, gezien de verbouwingswerken onafscheidbaar opgenomen zijn in het goed zelf, deze moeten worden gelijkgesteld met afschrijvingen van het gebouw zelf.
Geldt dit ook voor herstellingswerken? Deze (bijvoorbeeld het vernieuwen van dakbedekking) worden dikwijls afgeschreven, gezien de grootte van het bedrag. Aldus zouden deze afschrijvingen later aanleiding kunnen geven tot een meerwaardebelasting bij verkoop van het onroerend goed.
ANTWOORD
Gelet op de uitdrukkelijke bewoordingen van artikel 41, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, luidt het antwoord op de door het geacht lid gestelde vraag bevestigend.
Bron: FisconetPlus
