Parlementaire vraag nr. 138 van de heer Olaerts van 06.11.1995
VRAAG 95/138
Vraag nr. 138 van de heer Olaerts dd. 06.11.1995
Bull. nr. 758, pag. 521
Verplaatsingen tussen werk- en woonplaats. - Fiets. - Fiscale stimuli.
Het Nederlandse ministerie van Financiën is een regeling aan het uitwerken om de woonwerkverplaatsingen per fiets fiscaal aantrekkelijker te maken voor de werkgever en de werknemer.
1. Hoe wordt bij ons het fenomeen van een fietsvriendelijke fiscaliteit thans beoordeeld?
2. Is er een bereidheid om gelijkaardige of andere fiscale maatregelen, ten gunste van het fietsgebruik in het woon-werkverkeer, te onderzoeken en te realiseren?
ANTWOORD
Punt 1.
De fietskosten met betrekking tot de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling zijn in principe zonder beperking aftrekbaar als werkelijke beroepskosten, indien die kosten ten genoege van rechte worden verantwoord overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Die kosten worden echter, in voorkomend geval, geacht begrepen te zijn in de overeenkomstig artikel 51 van het voormelde wetboek bepaalde forfaitaire aftrek voor beroepskosten.
Voor de werknemers waarvan de beroepskosten forfaitair worden bepaald, wordt de tussenkomst van de werkgever in de voormelde fietskosten overeenkomstig artikel 38, 9°, van het voormelde wetboek bovendien vrijgesteld in zover die tussenkomst niet meer dan 5.000 frank bedraagt.
Punt 2.
Hoewel ik elk initiatief ter bevordering van het woon-werkverkeer met de fiets zeer genegen ben, is het evenwel mijn overtuiging dat nieuwe fiscale maatregelen op dat vlak alleen weinig of niet zullen bijdragen tot een wijziging van het verplaatsingsgedrag van de Belgische werknemers.
Vraag nr. 138 van de heer Olaerts dd. 06.11.1995
Bull. nr. 758, pag. 521
Verplaatsingen tussen werk- en woonplaats. - Fiets. - Fiscale stimuli.
Het Nederlandse ministerie van Financiën is een regeling aan het uitwerken om de woonwerkverplaatsingen per fiets fiscaal aantrekkelijker te maken voor de werkgever en de werknemer.
1. Hoe wordt bij ons het fenomeen van een fietsvriendelijke fiscaliteit thans beoordeeld?
2. Is er een bereidheid om gelijkaardige of andere fiscale maatregelen, ten gunste van het fietsgebruik in het woon-werkverkeer, te onderzoeken en te realiseren?
ANTWOORD
Punt 1.
De fietskosten met betrekking tot de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling zijn in principe zonder beperking aftrekbaar als werkelijke beroepskosten, indien die kosten ten genoege van rechte worden verantwoord overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Die kosten worden echter, in voorkomend geval, geacht begrepen te zijn in de overeenkomstig artikel 51 van het voormelde wetboek bepaalde forfaitaire aftrek voor beroepskosten.
Voor de werknemers waarvan de beroepskosten forfaitair worden bepaald, wordt de tussenkomst van de werkgever in de voormelde fietskosten overeenkomstig artikel 38, 9°, van het voormelde wetboek bovendien vrijgesteld in zover die tussenkomst niet meer dan 5.000 frank bedraagt.
Punt 2.
Hoewel ik elk initiatief ter bevordering van het woon-werkverkeer met de fiets zeer genegen ben, is het evenwel mijn overtuiging dat nieuwe fiscale maatregelen op dat vlak alleen weinig of niet zullen bijdragen tot een wijziging van het verplaatsingsgedrag van de Belgische werknemers.
Bron: FisconetPlus
