Parlementaire vraag nr. 569 van de heer Steven Matheï van 29.07.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/063 d.d. 20.09.2021, blz. 184

Aangifte betalingen naar belastingparadijzen

VRAAG (van de heer Matheï)

Artikel 307, § 1, lid 5 tot 8 van het WIB 1992 bepaalt dat belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of belasting niet-inwoner vennootschappen alle betalingen moeten aangeven die zij rechtstreeks of onrechtstreeks doen aan personen die gevestigd zijn in landen zonder of met lage belasting, de zogenaamde belastingparadijzen. De vennootschappen moeten geen aangifte doen als het totaal van de betalingen met betrekking tot de verrichtingen minder bedraagt dan 100.000 euro per belastbaar tijdperk. In uw antwoord op schriftelijke vraag nr. 201 van 1 februari 2021 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2020-2021, nr. 42) gaf u cijfers met betrekking tot aanslagjaar 2017, 2018, 2019. Voor aanslagjaar 2020 waren de cijfers nog niet compleet. 1. Hoeveel vennootschappen deden in aanslagjaar 2020 dergelijke aangifte voor betaling naar belastingparadijzen? 2. Hoeveel euro aan betalingen naar belastingparadijzen werden aangegeven in aanslagjaar 2020? 3. Naar welke belastingparadijzen gingen de meeste aangegeven betalingen 2020?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Voor aanslagjaar 2020 (inkomstenjaar 2019) bedragen de betalingen aan belastingparadijzen die via bijlage 275F bij de aangifte vennootschapsbelasting zijn gemeld, 265.927.396.240 euro (de bedragen kunnen nog licht stijgen). Tot dusver hebben 826 ondernemingen het formulier 275F ingediend voor aanslagjaar 2020. De staten van bestemming van de betalingen voor aanslagjaar 2020 zijn, in volgorde van belangrijkheid, als volgt gerangschikt:

%

1

Emirats arabes unis/Verenigde Arabische Emiraten

63,67

2

Caïmans/Kaaimaneilanden

13,72

3

Ile de Man/Eiland Man

11,44

4

Bahreïn/Bahrein

3,82

5

Guernesey/Guernsey

2,63

Total/Totaal (%)

95,28

(du montant ventilé/
van het gekende bedrag aan betalingen)