Parlementaire vraag nr. 1897 van de heer Marco Van Hees van 12.02.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 184
Nieuwe belastingregeling in Dubai buiten de vrije zones
VRAAG (van de heer Van Hees)
Bij federaal decreet nr. 47 van 31 januari 2022 werd er met ingang van 1 juni 2023 in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten - VAE) een vennootschapsbelasting van 9 % ingevoerd op winsten hoger dan 95.000 euro voor bedrijven, vennootschappen en vaste inrichtingen die buiten de vrije zones actief zijn. Voor dividenden die door deze bedrijven geïnd worden en voor winst afkomstig van transacties of herstructureringen binnen de groep geldt er een vrijstelling.
1. Wat de dochtervennootschap in de VAE van een Belgische vennootschap buiten de vrije zone betreft, blijft Dubai voor de jaren 2023 en 2024 vallen onder artikel 73quater KB/WIB 92 (lijst van de landen waarvoor de DBI niet aftrekbaar zijn, opgesteld met toepassing van artikel 203 WIB 92). Zal dat de komende jaren zo blijven?
2. Wat de toepassing van de taxatievoorwaarde zoals bedoeld in artikel 203, § 1, eerste lid, 1° WIB 92 betreft, is de DBI-aftrek (definitief belaste inkomsten) niet van toepassing, aangezien het normale tarief 9 % bedraagt en er in artikel 23 van het dubbelbelastingverdrag tussen België en de VAE niet in een gelijkbehandelingsclausule voorzien wordt.
a) Bevestigt u die analyse? Zo niet, waarom niet?
b) Is de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken gemachtigd om van die uitsluiting af te wijken voor vennootschappen die buiten de vrije zone opereren, hetzij voor de dividenden die uitgekeerd werden op de niet-belaste winst van vóór 2023, hetzij voor de dividenden die uitgekeerd worden op de winst die volgens de nieuwe belastingregeling belast wordt (naar het voorbeeld van de ruling die in 2008 toegekend werd voor de dividenden die aan Belgische vennootschappen uitgekeerd werden door Tunesische tax holiday-vennootschappen - geen vennootschapsbelasting gedurende tien jaar -, waarvan de vrijstelling van vennootschapsbelasting bijna ten einde liep, wat aanzette tot de verdeling van de gecumuleerde belastingvrije gereserveerde winst)?
3. Hoe zal het deel betreffende de niet-belaste dividenden van buitenlandse oorsprong die geïnd worden door de buiten de vrije zone in Dubai gevestigde dochtervennootschap of vaste inrichting aangemerkt worden? Zal men oordelen dat het in de vorm van dividenden uitgekeerd wordt aan de Belgische moedervennootschap of zal het deel uitmaken van de winst van de vaste inrichting in Dubai die opgenomen wordt in de winst van de Belgische moedervennootschap en vrijgesteld is op grond van het dubbelbelastingverdrag tussen België en de VAE?
4. Bevestigt u dat de verliezen van de dochtervennootschap of van de vaste inrichting van een Belgische vennootschap die buiten de vrije zone gevestigd is, niet overdraagbaar zullen zijn op de Belgische moedervennootschap?
ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)
1. Ik kan u bevestigen dat ik geen intentie heb om Dubai te laten schrappen van de lijst bedoeld in artikel 73^4quater van het KB/WIB 92.
2. a) De overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten bevat geen gelijkbehandelingsclausule. Daarentegen stelt artikel 23 van de overeenkomst afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten dat dividenden die een vennootschap die inwoner is van België verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten, in België worden vrijgesteld van de vennootschapsbelasting onder de voorwaarden en beperkingen voorzien in de Belgische wetgeving.
b) In het algemeen, mag geen voorafgaande beslissing gegeven worden wanneer het betrekking heeft op verrichtingen of situaties die gelinkt worden aan de lijst van Staten zonder of met een lage belasting die zijn opgenomen in het koninklijk besluit waarnaar artikel 307, § 1/2, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verwijst, met uitzondering van de landen waarmee een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting werd gesloten en op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomst sluitende staten.
Concreet dienen essentiële elementen van de beschreven verrichting of situatie betrekking te hebben op een bedoeld vluchtland en dienen de essentiële elementen dusdanige impact te hebben op de specifieke situaties of verrichting dat het verlenen van de rechtszekerheid in aanvaring komt met het algemeen belang. Het behoort tot het autonoom statuut van de Dienst Voorafgaande Beslissingen om per individuele aanvraag daarover te oordelen.
De Republiek Tunesië is niet opgenomen op de bedoelde lijst van artikel 179 van het KB/WIB 92, en met de Verenigde Arabische Emiraten bestaat de bedoelde overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, en dus zal de Dienst Voorafgaande Beslissingen kunnen beslissen in het geval zulk een vraag gesteld zou worden.
3. Door de toepassing van artikel 7 van de overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten, zijn de winsten van een onderneming die inwoner is van België met een vaste inrichting in Dubai, die kunnen worden toegerekend aan die vaste inrichting, belastbaar in de Verenigde Arabische Emiraten.
Deze winsten zijn, overeenkomstig artikel 23 van de overeenkomst, vrijgesteld in België op voorwaarde dat ze werden belast in Dubai. De overeenkomst afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten werd ondertussen gewijzigd door de multilaterale overeenkomst ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving (MLI). Het MLI is onderhandeld op het niveau van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de G20 en wijzigt de dubbelbelastingverdragen die tussen twee of meer partijen bij het MLI gesloten werden. Het MLI is geratificeerd door zowel België (inwerkingtreding in België op 1 oktober 2019) als de Verenigde Arabische Emiraten (inwerkingtreding 1 april 2020), en wijzigt aldus het dubbelbelastingverdrag afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten.
Sinds deze wijziging bevat de overeenkomst een nieuwe preambule die zegt dat het niet de bedoeling is van de dub-belbelastingverdragen om mogelijkheden te scheppen tot niet-heffing of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of het ontwijken van belasting en dus toelaat om bijv. een vrijstelling te weigeren indien de niet-belasting van de winsten of een deel van de winsten in Dubai het gevolg is van praktijken van belastingontwijking of belastingontduiking.
4. Als de winsten van een in Dubai gevestigde vaste inrichting bij verdrag worden vrijgesteld, zijn de verliezen van die vaste inrichting niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Voor de toepassing van artikel 205/5, WIB 92, wordt een buitenlandse vennootschap enkel als een in aanmerking komende buitenlandse vennootschap aangemerkt indien ze gevestigd is in de Europese Economische Ruimte.
