Parlementaire vraag nr. 1173 van de heer Simonet van 22.12.1997
VRAAG 97/1173
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 133, blz. 18364-18366
Bull. nr. 785, pag. 1941
Voordelen - Personenwagen
VRAAG
Artikel 18, § 3, punt 9, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 geeft de wijze van berekening aan van het voordeel dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een wagen die aan de werkgever of de onderneming toebehoort.
Het voordeel wordt berekend door het aantal kilometers te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die de Koning aan de hand van het vermogen van het voertuig, uitgedrukt in fiscale paardenkracht, vaststelt.
Dat stelsel is eenvoudig, ten minste zolang de coëfficiënten ongewijzigd blijven. Dat zou ook nog het geval geweest zijn mocht elke wijziging van de coëfficiënten enkel van kracht worden op 1 januari (wat trouwens het geval is voor tal van coëfficiënten waarvan sprake in het WIB).
Het stelsel is in 1997 ongelooflijk gecompliceerd geworden omdat drie verschillende coëfficiënten, de eerste vanaf 1 januari, de tweede vanaf 1 juli en de derde vanaf 1 september, worden gehanteerd.
Uiteraard heeft niemand van de belastingplichtigen voor die drie periodes van het jaar 1997 de afgelegde kilometers genoteerd.
Gelet op de complexiteit van het stelsel is de onderwerping van betrokken voordeel aan de bedrijfsvoorheffing in vele gevallen dode letter gebleven. De belastingplichtigen die dat voordeel genieten, geven het bedrag ervan aan wanneer zij hun jaarlijkse belastingaangiftes invullen.
Voor het aanslagjaar 1998 dreigt dat een delicate zaak te worden, gelet op de drie verschillende coëfficiënten waarmee rekening moet worden gehouden.
Bent u van plan om in het algemeen belang (en ook dat van uw ambtenaren) dit probleem te regelen en door middel van een circulaire een eenvoudige rekenmethode voor 1997 vast te stellen?
ANTWOORD
Vooraf wil ik het geacht lid erop wijzen dat de eerste werkelijke indexering van de bedragen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een ter beschikking gesteld voertuig, uitwerking heeft vanaf 1 oktober 1997 en niet, zoals hij beweert, vanaf 1 september 1997.
Dit gezegd zijnde, wil ik eraan herinneren dat overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 31 et 273 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid, volledig deel uitmaken van de bezoldigingen en aan de bedrijfsvoorheffing moeten worden onderworpen. Voor de vaststelling van die bedrijfsvoorheffing moet de waarde van de voordelen van alle aard worden toegevoegd aan het bedrag van de periodieke bezoldigingen wanneer zij gelijktijdig met de betaling of toekenning van de bezoldigingen worden toegekend of geacht worden te zijn toegekend (cf. punt 2 van de Bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).
Bijgevolg moet het belastbaar bedrag van het voordeel dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een kosteloos door de, werkgever ter beschikking gesteld voertuig volgens dezelfde periodiciteit worden vastgesteld als de gewone bezoldigingen (dus maandelijks ingeval van maandelijks betaalde bezoldigingen). Indien een werkgever op deze manier handelt, kan de toepassing van de drie bedragen per kilometer die respectievelijk op 1 januari, 1 juli en 1 oktober 1997 in werking treden, in principe niet voor grote problemen zorgen.
Dergelijke regelmatige vaststelling van het voordeel van alle aard was trouwens ook nodig voor de berekening en de betaling van de solidariteitsbijdrage voorzien bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een solidariteitsbijdrage voor het persoonlijk gebruik van een voertuig ter beschikking gesteld door de werkgever, met toepassing van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, 4e editie).
Niettemin heb ik beslist om een praktische regel in te voeren voor de berekening van voornoemd voordeel. Artikel 18, § 3, punt 9, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zal eerlang worden aangepast, zodanig dat voor de berekening van het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig, het belastbaar voordeel moet worden vastgesteld rekening houdend met één enkel bedrag voor het voorbije jaar, in functie van de belastbare kracht van het voertuig inzake verkeersbelasting. Dat bedrag zal jaarlijks worden vastgesteld in functie van de gedurende dat jaar doorgevoerde indexaanpassingen. Deze wijziging zal in werking treden met ingang van 1 januari 1997.
Voor het jaar 1997 zijn de in aanmerking te nemen bedragen de volgende:
------------------------------------------------------------------ Belastbare kracht Voordeel in franken in PK per afgelegde kilometer ------------------------------------------------------------------ 4 5,48 5 6,41 6 7,11 7 7,84 8 8,57 9 9,30 10 10,30 11 11,26 12 11,96 13 12,69 14 13,19 15 13,72 16 14,12 17 14,42 18 14,75 19 en meer 15,05 ------------------------------------------------------------------
Ik voeg er nog aan toe dat het belastbaar bedrag van de voordelen van alle aard moet worden vermeld op de individuele loonfiche nr. 281.10 of 281.20 dat de werkgever op naam van de verkrijger moet opstellen, zodat, welke ook de berekeningswijze moge zijn, deze laatste geen enkele moeilijkheid zou mogen ondervinden om zijn aangifte in de inkomstenbelastingen in te vullen.
Bron: FisconetPlus
