Parlementaire vraag nr. 738 van mevrouw Sonja Becq van 21.01.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/069 dd. 14.04.2016, blz. 359

De interpretatie van het begrip "betaalbaarstelling" bij de bedrijfsvoorheffing

VRAAG (van mevrouw Becq)

Conform artikel 273 WIB 92 is de bedrijfsvoorheffing verschuldigd zodra de inkomsten worden "toegekend" of "betaalbaar gesteld". Onder de datum van toekenning of van betaalbaarstelling wordt verstaan de datum vanaf dewelke de verkrijger (werknemer) werkelijk over de inkomsten kan beschikken. In sommige gevallen worden de lonen aan de arbeiders en bedienden pas uitbetaald na het einde van de maand waarop deze lonen betrekking hebben. Sociale secretariaten interpreteren daarbij blijkbaar artikel 273 WIB 92 en het tijdstip waarop de bedrijfsvoorheffing moet worden doorgestort, op diverse manieren.

1. Stel dat de lonen van januari 2015 op 2 februari 2015 worden uitgerekend/bepaald. Wanneer kan volgens u in dit geval sprake zijn van toekenning of betaalbaarstelling?

2. a) In het voorbeeld dient de loonverwerking van de maand januari 2015 in de aangifte met betrekking tot dezelfde maand aangegeven te worden. Heeft dit volgens u tot gevolg dat de bedrijfsvoorheffing binnen dezelfde termijn (in casu uiterlijk op 15 februari 2015) moet worden doorgestort?

b) Kan artikel 273 WIB 92 volgens u worden geïnterpreteerd in de zin dat, in ons voorbeeld, de bedrijfsvoorheffing pas in maart 2015 kan worden doorgestort?

c) Is het naar uw mening daarbij van belang dat de sociale secretariaten bijvoorbeeld pas op 2 februari over voldoende gegevens beschikken om de concrete loonberekening te maken, waardoor niet eerder tot uitbetaling kan worden overgegaan?

3. a) Kunnen, volgens u, de bepalingen van de arbeidsovereenkomsten over het tijdstip van toekenning en/of uitbetaling van de lonen en met de desbetreffende clausules over de loonberekeningen en -uitbetalingen in het contract met het sociaal secretariaat een invloed oefenen op het bepalen van het tijdstip van de verschuldigdheid van de bedrijfsvoorheffing conform artikel 273 WIB 92?

b) Zo ja, in welke mate?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Artikel 273, WIB 92 bepaalt dat de bedrijfsvoorheffing opeisbaar is uit hoofde van "het betalen of toekennen van belastbare bezoldigingen". In fiscale zaken bedoelt de wetgever met toekenning van inkomsten de "terbeschikkingstelling", zonder dat er daarbij een werkelijke betaling in speciën in handen van de genieter moet zijn, maar deze terbeschikkingstelling moet wel reëel en effectief zijn, zodat de genieter de bedoelde inkomsten onmiddellijk moet kunnen innen. Die ingevolge de "betaling" of "toekenning" verschuldigde bedrijfsvoorheffing is in beginsel betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend. Wat de specifieke vragen van het geachte lid betreft, kan ik concreet het volgende mededelen.

1. De uitrekening of bepaling van een loon zijn geen fiscale begrippen en zijn bijgevolg niet relevant voor de toepassing van de reglementering inzake bedrijfsvoorheffing.

2. In het voorbeeld van het geachte lid ontbreekt een cruciaal element, namelijk de datum waarop de bezoldigingen effectief aan betrokken werknemer "betaald of toegekend" zijn. De loonberekening of loonverwerking op zich heeft geen invloed op de toepassing van artikel 273, WIB 92. Indien de betaling gebeurt in februari (ongeacht de maand waarop de bezoldiging betrekking heeft) dan is de bedrijfsvoorheffing te betalen in maart (uiterlijk de 15de). Voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing zijn steeds de regels bedrijfsvoorheffing van de maand van betaling of toekenning van toepassing en niet de regels van de maand waarop de bezoldigingen betrekking hebben. De maand van betaling zal ook bepalen voor welk belastbaar tijdperk dit inkomen belastbaar is.

3. Op fiscaal vlak bepaalt het moment van effectieve betaling of toekenning (terbeschikkingstelling) van het inkomen de verschuldigdheid van de bedrijfsvoorheffing en de termijn waarbinnen deze moet gestort zijn. Contractuele bepalingen kunnen hieraan geen afbreuk doen.