Parlementaire vraag nr. 4594 van mevrouw Veerle Wouters van 17.05.2011
Mondelinge parlementaire vraag nr. 4594 van mevrouw Veerle Wouters dd. 17.05.2011
Beknopt verslag 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting 232 van 17.05.2011 blz. 19
Vennootschapsbelasting
Kleine en middelgrote onderneming
Verlaagd tarief van de Ven.B
VRAAG (van mevrouw Wouters)
Kmo's genieten van specifieke fiscale maatregelen die gunstiger zijn dan voor grote vennootschappen. Het onderscheid tussen een kmo en een grote onderneming wordt op fiscaal vlak de voorbije jaren steeds meer op basis van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen gemaakt. Vóór het aanslagjaar 2010 verwees de wettekst enkel naar artikel 15, § 1. Niettemin geeft de administratie aan bedoelde bepaling de interpretatie dat met artikel 15 in zijn geheel rekening moet worden gehouden. De kans neemt dan af dat de vennootschap in kwestie als klein kan worden geclassificeerd. Voornoemde interpretatie leidt tot rechtsonzekerheid en betwistingen.
Welke interpretatie geeft de staatssecretaris aan de wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) door de wet van 22 december 2009?
ANTWOORD(van de heer Clerfayt,Staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst Financiën, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan de Minister van Financiën)
Een specifieke fiscale definitie van het begrip kleine onderneming ontbreekt. De artikelen 44 tot 50 van de wet van 22 december 2009 hebben wijzigingen aangebracht in het WIB 92. Het was de bedoeling om bepaalde wettelijke bepalingen aan te passen ten gevolge van het arrest 163/2007 van het Grondwettelijk Hof maar ook om het gemeenschappelijk criterium dat toelaat de kleine onderneming te onderscheiden, identiek te formuleren. Deze formulering is van toepassing voor alle maatregelen in het voordeel van kleine ondernemingen inzake vennootschapsbelastingen.
De artikelen 194quater en 218, § 2, van het WIB 92 verwijzen steeds naar een criterium, bepaald in artikel 215, tweede lid, van het WIB 92, dat het verlaagde tarief inzake vennootschapsbelasting bepaalt. Deze artikelen werden dus gewijzigd ten gevolge van het voornoemde arrest teneinde te verwijzen naar artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen.
In deze omstandigheden had de wet van 22 december 2009 ook tot doel om, in alle bepalingen van het WIB 92 die alleen vennootschappen beogen die beantwoorden aan de kenmerken van de kleine ondernemingen, de beoogde vennootschappen op uniforme wijze te omschrijven door in de betreffende bepalingen uitsluitend te verwijzen naar de vennootschappen die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als vennootschappen worden aangemerkt.
De memorie van toelichting van de wet vermeldt ook uitdrukkelijk dat het voor de toepassing van de artikelen 196, § 2, en 205quater van het WIB 92 vanzelfsprekend is dat die criteria moeten worden getoetst aan de paragrafen 2 tot 5 van artikel 15, hoewel in die artikelen wordt verwezen naar de criteria vermeld in artikel 15, § 1. En ook dat de bepalingen uit de paragrafen 2 tot 5 ertoe strekken voor de toepassing van paragraaf 1 bepaalde begrippen nader te omschrijven in bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld in het geval een boekjaar een duur van minder of meer dan 12 maanden heeft.
Dit standpunt vindt bovendien uitdrukkelijk bevestiging in de memorie van toelichting bij de wet van 31 juli 2004. Ik heb hier ook de referentie van het Beknopt Verslag van 17 april 2007. Ik bevestig dat op basis van het voorgaande de wet van 22 december 2009 niet de draagwijdte van de wettelijke bepaling wijzigt.
CONCLUSIE (van mevrouw Wouters)
Er zijn bedrijven die kampen met een overgangsprobleem. Er is immers nog altijd geen algemene fiscale definitie van kmo.
