Parlementaire vraag nr. 356 van de heer Steven Matheï van 11.05.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/021 d.d. 18.06.2020, blz. 148
Progressievoorbehoud
VRAAG (de heer Matheï)
Inkomsten die krachtens dubbelbelastingverdragen zijn vrijgesteld, moeten toch worden meegeteld om het belastingtarief te bepalen dat op de niet-vrijgestelde inkomsten van toepassing is. Het concrete gevolg daarvan kan zijn dat de belastingplichtige in een hogere tariefschijf terechtkomt, zodat een hoger tarief moet worden toegepast op zijn in België belastbare inkomsten. Dit noemen we het progressievoorbehoud volgens artikel 155, al. 1 WIB92. Een recent arrest van het hof van beroep van Antwerpen leert ons echter dat ook gekeken moet worden naar de aard van de inkomsten en hoe ze in België belast zouden worden, wanneer ons land heffingsbevoegdheid zou zijn geweest. In de concrete case had het hof gesteld dat België het inkomen uit een lijfrente-uitkering zonder meer moest vrijstellen zonder toepassing van het progressievoorbehoud, aangezien het inkomen in België als afzonderlijk belastbaar inkomen zou worden aanzien, mocht het inkomen in België belast zijn geweest. Volgens het hof primeert namelijk het internationaal recht op het nationaal recht. Op basis van deze rechtspraak is het dus mogelijk dat andere inkomsten "ten onrechte" aan het progressievoorbehoud onderworpen worden, waaronder opzegvergoedingen en andere inkomsten die in België afzonderlijk belastbaar zijn.
1. Wat is uw visie op dit arrest? Zal u uw administratie opdragen om cassatieberoep aan te tekenen of om te berusten in de rechtspraak?
2. Zal u uw administratie opdracht geven om een circulaire uit werken? Zo ja, zal hierbij enkel stil gestaan worden bij de lijfrente-uitkering, namelijk het in het gedingzijnde inkomen, of zal ook gekeken worden naar andere inkomsten die in België afzonderlijk belastbaar zijn zoals bijvoorbeeld opzegvergoedingen? Zo neen, waarom niet?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Uw vraag komt snel na het arrest. Mijn administratie onderzoekt momenteel nog of een cassatievoorziening mogelijk is tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen. Het antwoord op uw andere vragen hangt af van de uitkomst van dit onderzoek.
