Parlementaire vraag nr. 62 van de heer Wouter Vermeersch van 28.10.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/004 d.d. 19.12.2024, blz. 252

VVPRbis interpretatie. - Ononderbroken behoud in volle eigendom bij verrekeningsbeding

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Het zogenaamde VVPRbis-stelsel (artikel 269, § 2 WIB 1992) voorziet onder bepaalde voorwaarden in een vermindering van de roerende voorheffing (RV) en de personenbelasting (PB) ten aanzien van de dividenden die kmo-vennootschappen uitkeren met betrekking tot nieuwe aandelen op naam uitgereikt naar aanleiding van "nieuwe inbrengen in geld" die zijn gedaan vanaf 1 juli 2013. De tariefverlaging is aan tal van voorwaarden onderworpen onder andere de voorwaarde inzake het "ononderbroken behoud in volle eigendom". Stel, de heer X bezit 100 % van de aandelen van een vennootschap die voldoet aan de voorwaarden van artikel 269, § 2 WIB 1992. X gaat huwen met Y en kiest voor het stelsel van de scheiding van goederen met een zogenaamd "optioneel verrekenbeding" waardoor de ene echtgenoot bij het einde van het huwelijk in zekere mate aanspraak kan maken op het vermogen van de andere echtgenoot. Het optioneel verrekenbeding doet volgens de dienst voorafgaande beslissing niets af van het feit dat de betrokken aandelen tijdens het huwelijk steeds de volle eigendom van de heer X zijn gebleven en dat het huwelijk in deze omstandigheden geen beletsel vormt voor het verder voldoen aan de voorwaarde van het ononderbroken behoud in volle eigendom van de aandelen. Het verlaagd tarief kan dus tijdens het huwelijk verder worden toegepast (voorafgaande beslissing nr. 2024.0299 van 21 mei 2024, randnr. 13-14). Maar wat is de mogelijke impact op de tariefverlaging RV, als een dergelijk verrekenbeding op het einde van de rit (op het ogenblik dat het huwelijk ophoudt te bestaan) tot uitvoering komt, en de aandelen daadwerkelijk van eigenaar veranderen (van de ene echtgenoot naar de andere)? Blijft dan voldaan aan de voorwaarden van VVPRbis?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

Ik vermoed dat u vooral de gevallen bedoelt waarbij het huwelijk wordt ontbonden door het overlijden van één van de echtgenoten of door de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed. In de veronderstelling dat het huwelijk ophoudt te bestaan door de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed en de aandelen door de toepassing van het zogenaamde verrekenbeding van eigenaar veranderen, is niet langer voldaan aan de voorwaarden van het VVPRbis stelsel. Die situatie valt bovendien buiten de uitzonderingen die in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) zijn voorzien voor de (wettelijke) erfopvolging en schenking. In de veronderstelling dat het huwelijk ophoudt te bestaan door het overlijden van één van de echtgenoten en de aandelen van eigenaar veranderen, vloeit uit het artikel 269, § 2, derde tot vijfde lid, WIB 92, voort dat die overdracht niet geacht wordt te hebben plaatsgevonden voor de voorwaarde inzake het ononderbroken behoud in volle eigendom wanneer die overdracht het gevolg is van een (wettelijke) erfopvolging wat geval per geval zal moeten worden uitgemaakt.