Parlementaire vraag nr. 3-994 van de heer Destexhe van 18.06.2004
VRAAG 04/3-994
Vraag nr. 3-994 van de heer Destexhe dd. 18.06.2004
Vr. en Antw., Senaat, 2003-2004, nr. 3-21, blz. 1270-1271
Bericht van wijziging - BTW-dossiers - Antwoord van de belastingplichtige - Termijn
VRAAG
De BTW-ambtenaren controleren de dossiers van de BTW-plichtigen, hun collega's van de directe belastingen controleren de dossiers van de belastingplichtigen.
Na hun controle menen de enen en de anderen dikwijls de aangifte van de gecontroleerde personen te moeten wijzigen.
De ambtenaren van de directe belastingen sturen een "bericht van wijziging" waarop de belastingplichtigen antwoorden binnen de termijn die door de wet is vastgesteld op één maand (artikel 346 WIB 1992). Gedurende die termijn wordt de aanslagprocedure geschorst.
De BTW-ambtenaren sturen een "voorstel tot minnelijke schikking". De termijn die de BTW-plichtigen krijgen om te antwoorden, lijkt volledig willekeurig (ik hoor spreken van 20 dagen, 15 dagen, 15 dagen, 10 dagen, 8 dagen, ...).
De voorstellen van de BTW-administratie zijn zo complex en vereisen zodanige opzoekingen in het archief van de BTW-plichtigen dat een termijn korter dan één maand niet volstaat. Een krappe termijn is strijdig met het beginsel van de rechten van de verdediging. De belastingadministratie erkent trouwens zelf dat die rechten moeten worden geëerbiedigd (rondzendbrief van de AOIF nr. Ci. RH. 863/530 827 van 18 september 2000). De verschillende aanpak van de directe belastingen en van de BTW wekt een indruk van incoherentie, zeker als de twee belastingen op hetzelfde ogenblik worden gecontroleerd.
Denkt u niet dat een termijn van één maand moet worden veralgemeend om de directe belastingen en de BTW op dit punt te harmoniseren?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën)
In geval van een polyvalente fiscale controle inzake inkomstenbelastingen en BTW resulteert de controleprocedure, in voorkomend geval, respectievelijk in het opstellen van een bericht van wijziging en van een regularisatieopgave, die altijd samengaat met een voorstel tot minnelijke schikking.
Inzake inkomstenbelasting is de wijziging van de aangifte het voorwerp van een formele procedure, vastgelegd in artikel 346 van het WIB 1992. Er is met name voorzien dat de belastingplichtige schriftelijk zijn opmerkingen kan inbrengen binnen de termijn van een maand na de verzending van dat bericht, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd.
Vermits er geen enkele gelijkaardige wettelijke bepaling bestaat in het BTW-Wetboek, is deze procedure niet voorzien inzake BTW. Het komt bijgevolg aan de controleagent toe zelf te bepalen binnen welke termijn de belastingplichtige gevraagd wordt te reageren op het voorstel tot minnelijke schikking dat hem werd toegezonden.
De controleagent moet bepalen wat een redelijke termijn is, rekening houdend met de elementen en de omstandigheden van elk individueel geval, waarbij men onder andere de aard, de belangrijkheid en de graad van moeilijkheid van de opgestelde regularisatieopgave of het vrijwaren van de rechten van de Schatkist kan citeren.
Niettegenstaande er bepaalde bijzondere omstandigheden bestaan waarvoor de antwoordtermijn kan worden ingekort om geldige redenen (teruggaaf gevraagd door de belastingplichtige, rechten van de Schatkist in gevaar wegens dreigende verjaring, procedure van derdenbeslag, ...), kan men in de praktijk vaststellen dat de termijn van een maand meestal die is welke men voorstelt aan de belastingplichtige om zijn opmerkingen en bemerkingen met betrekking tot de inhoud van de regularisatieopgave in te brengen.
Rekening houdend met wat voorafgaat, bestaat de harmonisering van de antwoordtermijnen waarnaar het geachte lid verwijst, hoewel dit niet expliciet is voorzien in de wetteksten, reeds in de meeste gevallen voor de polyvalente controles inzake inkomstenbelastingen en BTW.
In het kader van het principe van het recht op verdediging, wordt tenslotte nog aangestipt dat het de belastingplichtige eveneens altijd is toegestaan, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake BTW, een verlenging van de initieel vastgelegde antwoordtermijn te vragen, voorzover dit verzoek met geldige redenen wordt omkleed.
Vraag nr. 3-994 van de heer Destexhe dd. 18.06.2004
Vr. en Antw., Senaat, 2003-2004, nr. 3-21, blz. 1270-1271
Bericht van wijziging - BTW-dossiers - Antwoord van de belastingplichtige - Termijn
VRAAG
De BTW-ambtenaren controleren de dossiers van de BTW-plichtigen, hun collega's van de directe belastingen controleren de dossiers van de belastingplichtigen.
Na hun controle menen de enen en de anderen dikwijls de aangifte van de gecontroleerde personen te moeten wijzigen.
De ambtenaren van de directe belastingen sturen een "bericht van wijziging" waarop de belastingplichtigen antwoorden binnen de termijn die door de wet is vastgesteld op één maand (artikel 346 WIB 1992). Gedurende die termijn wordt de aanslagprocedure geschorst.
De BTW-ambtenaren sturen een "voorstel tot minnelijke schikking". De termijn die de BTW-plichtigen krijgen om te antwoorden, lijkt volledig willekeurig (ik hoor spreken van 20 dagen, 15 dagen, 15 dagen, 10 dagen, 8 dagen, ...).
De voorstellen van de BTW-administratie zijn zo complex en vereisen zodanige opzoekingen in het archief van de BTW-plichtigen dat een termijn korter dan één maand niet volstaat. Een krappe termijn is strijdig met het beginsel van de rechten van de verdediging. De belastingadministratie erkent trouwens zelf dat die rechten moeten worden geëerbiedigd (rondzendbrief van de AOIF nr. Ci. RH. 863/530 827 van 18 september 2000). De verschillende aanpak van de directe belastingen en van de BTW wekt een indruk van incoherentie, zeker als de twee belastingen op hetzelfde ogenblik worden gecontroleerd.
Denkt u niet dat een termijn van één maand moet worden veralgemeend om de directe belastingen en de BTW op dit punt te harmoniseren?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën)
In geval van een polyvalente fiscale controle inzake inkomstenbelastingen en BTW resulteert de controleprocedure, in voorkomend geval, respectievelijk in het opstellen van een bericht van wijziging en van een regularisatieopgave, die altijd samengaat met een voorstel tot minnelijke schikking.
Inzake inkomstenbelasting is de wijziging van de aangifte het voorwerp van een formele procedure, vastgelegd in artikel 346 van het WIB 1992. Er is met name voorzien dat de belastingplichtige schriftelijk zijn opmerkingen kan inbrengen binnen de termijn van een maand na de verzending van dat bericht, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd.
Vermits er geen enkele gelijkaardige wettelijke bepaling bestaat in het BTW-Wetboek, is deze procedure niet voorzien inzake BTW. Het komt bijgevolg aan de controleagent toe zelf te bepalen binnen welke termijn de belastingplichtige gevraagd wordt te reageren op het voorstel tot minnelijke schikking dat hem werd toegezonden.
De controleagent moet bepalen wat een redelijke termijn is, rekening houdend met de elementen en de omstandigheden van elk individueel geval, waarbij men onder andere de aard, de belangrijkheid en de graad van moeilijkheid van de opgestelde regularisatieopgave of het vrijwaren van de rechten van de Schatkist kan citeren.
Niettegenstaande er bepaalde bijzondere omstandigheden bestaan waarvoor de antwoordtermijn kan worden ingekort om geldige redenen (teruggaaf gevraagd door de belastingplichtige, rechten van de Schatkist in gevaar wegens dreigende verjaring, procedure van derdenbeslag, ...), kan men in de praktijk vaststellen dat de termijn van een maand meestal die is welke men voorstelt aan de belastingplichtige om zijn opmerkingen en bemerkingen met betrekking tot de inhoud van de regularisatieopgave in te brengen.
Rekening houdend met wat voorafgaat, bestaat de harmonisering van de antwoordtermijnen waarnaar het geachte lid verwijst, hoewel dit niet expliciet is voorzien in de wetteksten, reeds in de meeste gevallen voor de polyvalente controles inzake inkomstenbelastingen en BTW.
In het kader van het principe van het recht op verdediging, wordt tenslotte nog aangestipt dat het de belastingplichtige eveneens altijd is toegestaan, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake BTW, een verlenging van de initieel vastgelegde antwoordtermijn te vragen, voorzover dit verzoek met geldige redenen wordt omkleed.
Bron: FisconetPlus
