Parlementaire vraag nr. 29 van mevrouw Moerman van 10.09.1999
VRAAG 99/029
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 16, blz. 1775-1777
Pensioensparen
VRAAG
Luidens artikel 145/1, 5°, WIB 1992, wordt een belastingvermindering voor het langetermijnsparen verleend ten gunste van betalingen voor het pensioensparen.
Een der voorwaarden om van de belastingvermindering te kunnen genieten is dat de spaarrekening of -verzekering is aangegaan "door een rijksinwoner vanaf de leeftijd van 18 jaar en vóór de leeftijd van 65 jaar" (artikel 145/9, eerste lid, 1°, a), WIB 1992).
Deze voorwaarde moet getoetst worden op 31 december van het jaar waarin de bewuste spaarrekening of -verzekering is aangegaan.
Doordat men "rijksinwoner" dient te zijn op 31 december van het jaar waarin de bewuste spaarrekening of -verzekering is aangegaan, worden niet-inwoners van deze belastingvermindering uitgesloten. Een uitzondering hierop geldt voor de categorie niet-inwoners die slechts na het afsluiten van de bewuste spaarrekening of -verzekering hun woonplaats uit België naar een andere staat hebben overgebracht.
1. Kan deze belastingvermindering verleend worden aan erkende buitenlandse kaderleden, vermits deze geacht worden rijksinwoners te zijn?
2. Dient men de belastingvermindering niet uit te breiden tot niet-inwoners met tehuis of waarvan de in België behaalde beroepsinkomsten een bepaald percentage van hun totaal inkomen bereiken (artikel 242, § 1, WIB 1992)?
3. Is de voorwaarde opgenomen in artikel 145/9, eerste lid, 1°, a), WIB 1992, niet strijdig met het grondwettelijk non-discriminatiebeginsel, vermits niet-inwoners, die zich in gelijke omstandigheden bevinden, verschillend behandeld worden naargelang hun woonplaats zich vroeger al dan niet in België bevond?
4. Is de voorwaarde opgenomen in artikel 145/9, eerste lid, 1°, a), WIB 1992, te verenigen met rechtspraak van het Europees Hof van justitie, die stelt dat niet-inwoners, die zich in gelijke omstandigheden als inwoners bevinden, van dezelfde fiscale aftrekposten moeten kunnen genieten ?
ANTWOORD
Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden te willen vinden op de gestelde vragen.
1. Vooreerst wens ik de aandacht erop te vestigen dat, in tegenstelling tot wat het geachte lid in haar vraag beweert, de buitenlandse kaderleden die op het bijzonder aanslagstelsel aanspraak maken, de hoedanigheid van niet-rijksinwoner moeten hebben.
De belastingvermindering voor pensioensparen kan dus enkel aan die buitenlandse kaderleden worden verleend die bij het openen van een collectieve of individuele spaarrekening of bij het sluiten van een spaarverzekering de hoedanigheid van rijksinwoner hadden.
2. Niet-inwoners met tehuis zijn niet a priori uitgesloten van de belastingvermindering voor pensioensparen. Artikel 244 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt uitdrukkelijk dat de regels inzake berekening van de personenbelasting eveneens van toepassing zijn op deze categorie niet-inwoners. Dit houdt in dat ook alle belastingverminderingen voor het langetermijnsparen van toepassing zijn. Hetzelfde geldt voor niet-inwoners die minstens 75 % van hun totaal beroepsinkomen uit winsten, baten, bezoldigingen of pensioenen in België behalen en die dus met niet-inwoners met tehuis worden gelijkgesteld. Evenwel blijkt de voorwaarde vervat in artikel 145/9, eerste lid, 1°, a), WIB 92, namelijk dat betrokkene bij het afsluiten van de spaarverzekering of het openen van de spaarrekening rijksinwoner moet zijn, een rem te zijn op de toepassing ervan.
3 en 4. Gelet op het antwoord op vraag 2 lijkt de door het geachte lid aangehaalde bepaling uit artikel 145/9, eerste lid, 1°, a), WIB 92, moeilijk in overeenstemming te brengen met enkele recente arresten van het Europees Hof. Bovendien onderzoekt de administratie van Fiscale Zaken momenteel of het WIB 92 nog regels bevat die in strijd zijn met de Europese rechtspraak.
Van zodra dat onderzoek volledig is afgerond, zal ik de nodige wetgevende initiatieven nemen.
Bron: FisconetPlus
