Parlementaire vraag nr. 303 van mevrouw Pieters van 07.06.2005

VRAAG 05/303
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 087, blz. 15292-15294
Belastingadministratie - Vorderen van inlichtingen met betrekking tot computersystemen
VRAAG
Overeenkomstig de beschikkingen van de artikelen 315 bis en 323 bis van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 mogen de belastingadministraties van de belastingplichtige of van derden zonder verplaatsing alle mogelijke inlichtingen vorderen met betrekking tot het computersysteem van een belastingplichtige.
1. Hebben die plichten van de belastingplichtige en van derden zowel betrekking op alle hardware, alle software, op alle aangemaakte persoonlijke bestanden, alle back-ups en op alle licenties?
2.
a)
Mogen door de ambtenaren van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) en de administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit (AOIF) alle mogelijke computergegevens worden meegenomen en ter plaatse in beslag worden genomen?
b)
Zo ja, binnen welke precieze maar redelijke termijnen moeten die aan de belastingplichtige in onbeschadigde toestand worden teruggeven?
c)
Welke officiële proceduremaatregelen om hiervoor toelating van belastingplichtige te bekomen, moeten hierbij telkens in acht worden genomen?
3.
a)
Zijn de belastingambtenaren al dan niet binnen of buiten het ambtsgebied van het bevoegde controlecentrum gerechtigd bij derden ter plaatse alle mogelijk boekhoud- en computerprogramma's van geregistreerde handelsmerken integraal te kopiëren?
b)
Mogen die illegaal gekopieerde boekhoud- en andere programma's op de belastingadministraties worden aangewend voor het onderzoek van andere dossiers dan die van de betrokken belastingplichtige?
c)
Geldt hierbij de wetgeving op de bescherming van de auteursrechten en welke sommen dienen uit dien hoofde door de Schatkist eventueel ten laste te worden genomen voor het tijdelijk aanwenden van die gebruiksovereenkomsten van belastingplichtige en/of van derden?
4.
a)
Mag de belastingplichtige van de ter beschikking van de BBI en de AOIF gestelde ambtenaren van BTW onmiddellijk eisen een ontvangstmelding af te leveren in verband met de genomen kopieën van bestanden, back-ups, programma's, enzovoort?
b)
Of moet die ontvangstmelding in het kader van een klantvriendelijk beleid telkens reeds spontaan worden verstrekt (cf. Handvest van de gebruiker van de openbare diensten)?
5. Over welke afdoende juridische garanties beschikt de belastingplichtige en/of een derde dat:
a)alle voornoemde meegenomen computergegevens bij de administraties steeds op een veilige plaats achter slot worden opgeborgen;
b)de bepalingen van het beroepsgeheim niet worden geschonden;
c)de fabrieksgeheimen niet aan de concurrentie worden doorgespeeld?
6. Over welke grondwettelijke en/of wettelijke verhaalmiddelen beschikt de belastingplichtige om bij een schending van voornoemde bepalingen al zijn rechten tijdig te laten gelden?
7. Kan u, punt per punt, uw algemene zienswijze weergeven in het licht van de bepalingen van de Grondwet, het WIB 1992 en de wetten met betrekking tot de auteursrechten en de bescherming van de consument?
ANTWOORD (minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, 14.07.2005)
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op haar vraag te vinden.
Wat het aspect auteursrecht betreft, het enige aspect van uw vraag dat onder mijn bevoegdheid valt, en onder voorbehoud van de antwoorden die zullen worden gegeven door de minister van Financiën, kan ik het volgende meedelen, onder voorbehoud van de interpretatie door de hoven en de rechtbanken. (Vraag nr. 831 van 7 juni 2005.)
In punt 3, c), van uw vraag lijkt u aan te geven dat belastingambtenaren ter plaatse boekhouden computerprogramma's van geregistreerde handelsmerken zouden kopiëren.
Deze vraag dient genuanceerd te worden.
Het lijkt vanzelfsprekend dat deze ambtenaren de gegevens die beheerd worden via dergelijke computerprogramma's wensen te kopiëren teneinde bewijselementen te verzamelen in het kader van hun opdracht van toezicht op de fiscale wetten.
1. Het kopiëren van financiële gegevens door de belastingambtenaren maakt op zich geen inbreuk uit op het auteursrecht, indien zij hierbij geen reproductie maken van het computerprogramma waardoor gegevens geordend worden.
Indien deze gegevens op een originele manier geordend zijn, zou auteursrechtelijke bescherming kunnen worden ingeroepen door de auteurs van deze databank van boekhoudkundige gegevens. Artikel 22 bis, § 1, 5°, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten voorziet ter zake echter in een uitzondering met betrekking tot de reproductie en de mededeling aan het publiek van een databank wanneer die handelingen worden verricht om de openbare veiligheid te waarborgen of om in een administratieve of gerechtelijke procedure aan te wenden en geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van de databank.
Deze boekhoudgegevens zouden eventueel de zogenaamde sui generis-databankenbescherming kunnen genieten indien de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering.
Artikel 7 van de wet van 31 augustus 1998 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken voorziet echter in een uitzondering voor aanwending in een administratieve of gerechtelijke procedure.
2. Indien deze gegevens niet kunnen worden gelezen, bij voorbeeld omdat deze gegevens zijn verwerkt door een computerprogramma dat niet compatibel is met de software die door de belastingadministratie wordt gebruikt, zal waarschijnlijk beroep moeten gedaan worden op deze gespecialiseerde software. De wet van 30 juni 1994 houdende de omzetting in nationaal recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991, voorziet niet in uitzonderingen ten voordele van dergelijke administratieve of gerechtelijke procedures. De voormelde richtlijn voorziet immers ook niet in deze mogelijkheid. Normaliter zullen de gebruikslicenties voor deze computerprogramma's moeten worden aangevraagd bij de rechthebbenden.
Het komt echter in eerste instantie aan deze rechthebbenden toe om hun rechten te laten eerbiedigen. De rechthebbenden in casu zijn de bedrijven die de sofware ontwikkelen en deze op de markt brengen.
3. In de hypothese dat materiaal, zoals computers, in beslag kunnen worden genomen, zal de software nog aanwezig zijn op de computer en kunnen de gegevens worden gelezen. De belastingambtenaren hebben in dat geval geen gebruikslicentie verkregen voor dit computerprogramma.