Parlementaire vraag nr. 602 van de heer Anciaux van 07.11.1997

VRAAG 97/602

Vraag nr. 602 van de heer Anciaux dd. 07.11.1997


Bull. nr. 782, pag. 1073

Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-61, blz. 3136-3137

OV. - Gehandicapten.

VRAAG

Eigenaars van een eigendom ontvangen een aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing. Bij de mogelijke verminderingen is er ook een vermindering voorzien voor personen die tenminste 66 % gehandicapt zijn.

  • Wordt deze vermindering ook toegekend aan personen die na hun 65e verjaardag gehandicapt werden?
  • In ontkennend geval:




a)waarom niet?
b)op welke wijze worden personen die in die toestand verkeren daarvan op de hoogte gesteld?
ANTWOORD

Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden te vinden op zijn vragen.

a) Artikel 257, 2° en 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) voorziet verminderingen van onroerende voorheffing (OV) ten voordele van een in de zin van artikel 135, WIB 92, gehandicapte persoon.

Volgens artikel 135, WIB 92, wordt als gehandicapt aangemerkt:



diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar:
  • ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
  • ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan, of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten tot gevolg heeft, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
  • ofwel na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 46 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 56 van dezelfde wet;
  • ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, tot ten minste 66 % blijvend lichamelijk of geestelijk gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard;




het kind dat voor ten minste 66 % is getroffen door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen.
De leeftijdsgrens van 65 jaar voor de vaststelling van de handicap is dus door de wet bepaald.

Om een onderscheid te maken tussen handicap en ouderdomsverschijnselen, heeft de wetgever de leeftijdsgrens van 65 jaar als criterium gekozen. Dit is te verklaren door het ingewikkelde vraagstuk van de handicaps van bejaarden, bij wie een ouderdomsverschijnsel vaak erg moeilijk te onderscheiden is van een echte handicap in de gebruikelijke zin van het woord. Bij gebrek aan enige meer adequate maatstaf heeft men dan ook de grens van 65 jaar als criterium terzake in aanmerking genomen.

b) In de toelichting van het formulier 179.1, dat bestemd is om de in artikel 257, 1° tot 3°, WIB 92 bedoelde verminderingen van onroerende voorheffing aan te vragen, wordt medegedeeld wie beschouwd wordt als gehandicapte in de zin van artikel 135, WIB 92, en bijgevolg in aanmerking kan komen voor een vermindering van onroerende voorheffing wegens invaliditeit. Bij de eerstvolgende herdruk zal in de toelichting op de keerzijde van het aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing hiervan eveneens melding worden gemaakt.

Indien tenslotte de aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing van de belastingplichtige om één of andere reden door de administratie wordt afgewezen, worden uiteraard de rechtsgronden van deze afwijzing aan de aanvrager medegedeeld.