Parlementaire vraag nr. 258 van mevrouw Avontroodt van 09.02.2004
VRAAG 04/258
Vraag nr. 258 van mevrouw Avontroodt dd. 09.02.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 28, blz. 4344-4346
Voorzorgskas geneesheren - Pensioenbijdragen - aj. 2005
VRAAG
1. Zijn er in het kader van het RIZIV-sociaal statuut van de geconventioneerde artsen nog verschillen in fiscale aftrekbaarheid tussen de premies betaald aan enerzijds de Voorzorgskas voor geneesheren en het VAPZ-vrijwillig aanvullend pensioen voor zelfstandigen?
2. Blijft het cumulatieverbod inzake fiscale aftrekbaarheid bestaan tussen de Voorzorgskas en het VAPZ?
3. Wat is het fiscaal regime van de premies in dit kader betaald door de niet-geconventioneerde arts?
4. Onder welke fiscale voorwaarden mag de RIZIV-bijdrage voor het sociaal statuut van de geconventioneerde arts op naam van een praktijkvennootschap worden gestort?
5. Wat zijn de fiscale gevolgen voor de arts die een van de "sociaal statuut contracten" heeft ondertekend en die de conventie voor één of meer jaren opzegt?
ANTWOORD (minister van Financiën, 08.04.2004)
De vragen van het geachte lid hebben klaarblijkelijk betrekking op het nieuwe stelsel van aanvullende pensioenen voor zelfstandigen dat werd ingevoerd door de programmawet (I) van 24 december 2002, hierna "de programmawet" genoemd. Meer bepaald wenst zij hiervan de fiscale implicaties te vernemen voor de persoonlijke bijdragen die geneesheren storten voor de opbouw van een aanvullend pensioen.
Vooreerst moet ik opmerken dat, overeenkomstig de artikelen 45 en 75 van de programmawet, het fiscale luik inzake de hervorming van de aanvullende pensioenen zelfstandigen gebaseerd is op het sociaal luik, zodat voor een aantal vragen in eerste instantie mijn collega van Sociale Zaken en Volksgezondheid bevoegd is. (Vraag nr. 100 van 16 april 2004.)
Onder dit voorbehoud kan ik haar alleszins bevestigen dat vanaf aanslagjaar 2005 de persoonlijke bijdragen die voor de opbouw van een aanvullend rust- en/ of overlevingspensioen door een al dan niet geconventioneerde geneesheer met het statuut van zelfstandige in hoofdberoep aan AMONIS (voorheen Voorzorgskas voor geneesheren) hetzij aan een andere pensioeninstelling worden gestort, evenals de persoonlijke bijdragen die door een andere zelfstandige in hoofdberoep voor dezelfde doeleinden aan een pensioeninstelling worden gestort, overeenkomstig artikel 52, 7°bis, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt, op voorwaarde dat ze bijdragen uitmaken in de zin van artikel 45 van de programmawet en in zover deze bijdragen niet hoger zijn dan de maximale bijdrage die wordt bekomen met toepassing van de artikelen 44, § 2, en 46, § 1, van de programmawet.
Inzake de geconventioneerde geneesheren wordt wel opgemerkt dat de RIZIV-bijdrage die door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering rechtstreeks aan de pensioeninstelling wordt betaald en die een van belasting vrijgesteld voordeel uitmaakt ten name van de verkrijger, niet als een aftrekbare persoonlijke bijdrage van deze laatste kan worden aangemerkt.
Vraag nr. 258 van mevrouw Avontroodt dd. 09.02.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 28, blz. 4344-4346
Voorzorgskas geneesheren - Pensioenbijdragen - aj. 2005
VRAAG
1. Zijn er in het kader van het RIZIV-sociaal statuut van de geconventioneerde artsen nog verschillen in fiscale aftrekbaarheid tussen de premies betaald aan enerzijds de Voorzorgskas voor geneesheren en het VAPZ-vrijwillig aanvullend pensioen voor zelfstandigen?
2. Blijft het cumulatieverbod inzake fiscale aftrekbaarheid bestaan tussen de Voorzorgskas en het VAPZ?
3. Wat is het fiscaal regime van de premies in dit kader betaald door de niet-geconventioneerde arts?
4. Onder welke fiscale voorwaarden mag de RIZIV-bijdrage voor het sociaal statuut van de geconventioneerde arts op naam van een praktijkvennootschap worden gestort?
5. Wat zijn de fiscale gevolgen voor de arts die een van de "sociaal statuut contracten" heeft ondertekend en die de conventie voor één of meer jaren opzegt?
ANTWOORD (minister van Financiën, 08.04.2004)
De vragen van het geachte lid hebben klaarblijkelijk betrekking op het nieuwe stelsel van aanvullende pensioenen voor zelfstandigen dat werd ingevoerd door de programmawet (I) van 24 december 2002, hierna "de programmawet" genoemd. Meer bepaald wenst zij hiervan de fiscale implicaties te vernemen voor de persoonlijke bijdragen die geneesheren storten voor de opbouw van een aanvullend pensioen.
Vooreerst moet ik opmerken dat, overeenkomstig de artikelen 45 en 75 van de programmawet, het fiscale luik inzake de hervorming van de aanvullende pensioenen zelfstandigen gebaseerd is op het sociaal luik, zodat voor een aantal vragen in eerste instantie mijn collega van Sociale Zaken en Volksgezondheid bevoegd is. (Vraag nr. 100 van 16 april 2004.)
Onder dit voorbehoud kan ik haar alleszins bevestigen dat vanaf aanslagjaar 2005 de persoonlijke bijdragen die voor de opbouw van een aanvullend rust- en/ of overlevingspensioen door een al dan niet geconventioneerde geneesheer met het statuut van zelfstandige in hoofdberoep aan AMONIS (voorheen Voorzorgskas voor geneesheren) hetzij aan een andere pensioeninstelling worden gestort, evenals de persoonlijke bijdragen die door een andere zelfstandige in hoofdberoep voor dezelfde doeleinden aan een pensioeninstelling worden gestort, overeenkomstig artikel 52, 7°bis, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt, op voorwaarde dat ze bijdragen uitmaken in de zin van artikel 45 van de programmawet en in zover deze bijdragen niet hoger zijn dan de maximale bijdrage die wordt bekomen met toepassing van de artikelen 44, § 2, en 46, § 1, van de programmawet.
Inzake de geconventioneerde geneesheren wordt wel opgemerkt dat de RIZIV-bijdrage die door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering rechtstreeks aan de pensioeninstelling wordt betaald en die een van belasting vrijgesteld voordeel uitmaakt ten name van de verkrijger, niet als een aftrekbare persoonlijke bijdrage van deze laatste kan worden aangemerkt.
Bron: FisconetPlus
