Parlementaire vraag nr. 524 van de heer Devlies van 03.11.2004
VRAAG 04/524
Vraag nr. 524 van de heer Devlies dd. 03.11.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 64, blz. 10322-10323
Vlaamse zorgverzekeringspremie - Beroepskosten
VRAAG
In antwoord op mijn mondelinge vraag (nr. 3234) van 6 juli 2004 verwierp u de aftrekbaarheid van de Vlaamse zorgverzekeringspremie als beroepskost (Integraal Verslag, Kamer, 2003-2004, commissie voor de Financiën en de Begroting, 6 juli 2004, COM 320, blz. 7). Naar uw mening "kunnen de ledenbijdragen niet als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt. Zij beantwoorden immers niet aan de algemene voorwaarden van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 daar zij niet zijn gedaan of worden gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Ze kunnen ook niet anders afgetrokken worden bij gebrek aan een bijzondere wetsbepaling. ".
1. Stipuleert artikel 52, 7°, WIB1992 dat "inzonderheid als beroepskosten worden aangemerkt: de persoonlijke bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving"?
2. Zo ja, is de Vlaamse zorgverzekering een sociale wetgeving?
3. Zo ja, is artikel 52, 7°, WIB1992 een bijzondere wetsbepaling die deze kosten als beroepskost aanmerkt?
4. Bent u nog steeds van mening dat de 25 euro Vlaamse zorgverzekeringspremie niet aftrekbaar is als beroepskost?
5. Indien u van mening bent dat ondanks een uitdrukkelijke wetsbepaling, die bepaalde kosten als beroepskost aanmerkt, alle kosten steeds het karakter moeten hebben van kosten die gedaan zijn of worden gedragen om belastbare inkomsten te behouden, bent u het met mij eens dat de sommen tot 6 400 euro (AJ 2005) die zelfstandigen storten aan een collectieve voorziening voor kinderopvang overeenkomstig artikel 52bis WIB1992, ingevoerd bij artikel 104 van de programmawet 8 april 2003 ten behoeve van de financieel noodlijdende Franse Gemeenschap, evenmin aftrekbaar zijn als beroepskost?
ANTWOORD (Vice-eerste minister en minister van Financiën, 01.02.2005)
Ik ben zo vrij het geachte lid te verwijzen naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 439 van 26 juli 2004 gesteld door volksvertegenwoordiger Geert Lambert (Vragen en Antwoorden, Kamer, 20042005, nr. 51 055, blz. 8515 tot 8519).
Vraag nr. 524 van de heer Devlies dd. 03.11.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 64, blz. 10322-10323
Vlaamse zorgverzekeringspremie - Beroepskosten
VRAAG
In antwoord op mijn mondelinge vraag (nr. 3234) van 6 juli 2004 verwierp u de aftrekbaarheid van de Vlaamse zorgverzekeringspremie als beroepskost (Integraal Verslag, Kamer, 2003-2004, commissie voor de Financiën en de Begroting, 6 juli 2004, COM 320, blz. 7). Naar uw mening "kunnen de ledenbijdragen niet als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt. Zij beantwoorden immers niet aan de algemene voorwaarden van artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 daar zij niet zijn gedaan of worden gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Ze kunnen ook niet anders afgetrokken worden bij gebrek aan een bijzondere wetsbepaling. ".
1. Stipuleert artikel 52, 7°, WIB1992 dat "inzonderheid als beroepskosten worden aangemerkt: de persoonlijke bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving"?
2. Zo ja, is de Vlaamse zorgverzekering een sociale wetgeving?
3. Zo ja, is artikel 52, 7°, WIB1992 een bijzondere wetsbepaling die deze kosten als beroepskost aanmerkt?
4. Bent u nog steeds van mening dat de 25 euro Vlaamse zorgverzekeringspremie niet aftrekbaar is als beroepskost?
5. Indien u van mening bent dat ondanks een uitdrukkelijke wetsbepaling, die bepaalde kosten als beroepskost aanmerkt, alle kosten steeds het karakter moeten hebben van kosten die gedaan zijn of worden gedragen om belastbare inkomsten te behouden, bent u het met mij eens dat de sommen tot 6 400 euro (AJ 2005) die zelfstandigen storten aan een collectieve voorziening voor kinderopvang overeenkomstig artikel 52bis WIB1992, ingevoerd bij artikel 104 van de programmawet 8 april 2003 ten behoeve van de financieel noodlijdende Franse Gemeenschap, evenmin aftrekbaar zijn als beroepskost?
ANTWOORD (Vice-eerste minister en minister van Financiën, 01.02.2005)
Ik ben zo vrij het geachte lid te verwijzen naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 439 van 26 juli 2004 gesteld door volksvertegenwoordiger Geert Lambert (Vragen en Antwoorden, Kamer, 20042005, nr. 51 055, blz. 8515 tot 8519).
Bron: FisconetPlus
