Parlementaire vraag nr. 12183 van de heer Marco Van Hees van 06.07.2016

Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2015-2016 CRIV 54 COM 465 d.d. 06.07.2016, blz. 18

Offshore fiscale constructies

VRAAG (van de heer Van Hees)

Nemen we het voorbeeld van een Belgische burger, een fiscaal ingezetene van België, die een effectenrekening heeft bij een Luxemburgse bank. Hij verzoekt die bank aandelen te verwerven van een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden, een offshorevennootschap dus, die 0% vennootschapsbelasting betaalt. De Belgische burger is eigenaar van de aandelen in die vennootschap, die hij in het verleden heeft opgericht. Vervolgens tekent hij in op een levensverzekering met een eenmalige inleg, gekoppeld aan zogenaamde geïndividualiseerde fondsen, bij een maatschappij naar Luxemburgs recht. Voor de betaling van die eenmalige premie brengt hij de effectenrekening in waarop de aandelen van de offshorevennootschap op de Britse Maagdeneilanden ingeschreven staan. Wanneer het contract afloopt, zal de waarde van het kapitaal die van de aandelen op de rekening zijn. Wie is de economische begunstigde van de offshorevennootschap op de Britse Maagdeneilanden? Zijn de bepalingen van artikel 334, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen van toepassing indien één van de stappen in de bovenvermelde operatie heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen van dat artikel? Hoe moet die situatie worden aangegeven, rekening houdend met de aangifteplicht inzake buitenlandse rekeningen, in het buitenland afgesloten levensverzekeringen en begunstigden of oprichters van een offshorevennootschap die onder de ter zake geldende aangifteplicht valt?

ANTWOORD (van de Minister)

Bij ontstentenis van feitelijke informatie kan ik u onmogelijk zeggen wie de economisch begunstigde is. Vervolgens bepaalt artikel 169, 1e lid, van de programmawet van 29 maart 2012 dat artikel 345 van het nieuwe Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vanaf het aanslagjaar 2013 van toepassing is. Het volstaat dus dat de rechtshandeling of de laatste handeling vanaf 2012 tot stand is gebracht opdat artikel 344 van toepassing zou zijn. Dezelfde redenering geldt voor de toepassing van het nieuwe artikel 344 vanaf 2015 wat de doorkijkbelasting betreft. Als die wegens ondertekende contracten niet kan worden toegepast, kan de administratie onderzoeken of er sprake is van een fiscaal misbruik en of de betrokken contracten haar wel degelijk kunnen worden tegengeworpen. Ten slotte moeten de natuurlijke personen-rijksinwoners drie gegevens in hun aangifte in de personenbelasting vermelden. Ze moeten het bestaan vermelden van rekeningen van elke aard waarvan ze tijdens het belastbaar tijdperk houder zijn. De belastingplichtige moet ook het bestaan aangeven van individueel gesloten levensverzekeringsovereenkomsten bij een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming. Tot slot moet hij ook het bestaan aangeven van een juridische constructie waarvan de belastingplichtige hetzij een oprichter, hetzij een derde begunstigde is.

CONCLUSIE (van de heer Van Hees)

Ik zal het schriftelijk antwoord grondig bestuderen en u daarna zo nodig bijkomende vragen stellen.