Parlementaire vraag nr. 224 van de heer Wim Van der Donckt van 17.02.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/014, d.d. 24.03.2020, blz. 230
Vennootschapsbelasting. - Vergoeding voor het verkrijgen van bodemattest bij OVAM. - Aftrekbaarheid
VRAAG
Volgens de parlementaire stukken dient in artikel 198, §1, 5° WIB92 onder gewestelijke belastingen, heffingen en retributies te worden verstaan "elke heffing, ongeacht de benaming en de heffings- en inningsmodaliteiten ervan, die gezagshalve wordt verricht op de belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting, door de gewesten om tot diensten van openbaar nut te worden aangewend, met uitzondering van de vergoedingen die door de gewesten worden gevraagd als rechtstreekse en proportionele tegenprestatie voor de bijzondere dienstverlening die uitsluitend ten gunste van de belastingplichtigen die van de dienst genieten, werd verricht"(Parl. St., Kamer, 50K1918/ 001, blz. 43).
1. Bent u het eens dat de uitzondering op de aftrekbaarheid van kosten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92, restrictief en de uitzondering op de uitzondering, extensief dienen te worden geïnterpreteerd?
2. Bevestigt u dat voor artikel 198, §1, 5° WIB 92 het onderscheid tussen "belastingen, heffingen en retributies welke zijn aangenomen in het kader van zeer precieze doelstellingen en welke rechtstreeks verbonden zijn met de verwezenlijking van het gewestelijk beleid" en "de vergoedingen die door de gewesten worden gevraagd als rechtstreekse en proportionele tegenprestatie voor de bijzondere dienstverlening die uitsluitend ten gunste van de belastingplichtigen die van de dienst genieten" nog steeds dient te worden gemaakt?
3. Bent u het eens dat de vergoeding die moet worden betaald bij de aanvraag van een bodemattest voor de verkoop van een onroerend goed een rechtstreekse en proportionele tegenprestatie is voor de dienstverlening van Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij en bijgevolg niet begrepen is onder artikel 198, §1, 5° WIB 92? Met andere woorden bevestigt u dat de vergoeding voor het verkrijgen van een bodemattest een aftrekbare uitgave is in de vennootschapsbelasting vennootschapsbelasting en dit ongeacht de hoedanigheid van degene die dit attest aanvraagt en dus zowel in hoofde van degene die gelast is met de verkoop (notariskantoor, makelaarskantoor, enz.) als in hoofde van de verkopende vennootschap?
ANTWOORD
Artikel 198, §1, 5° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), bepaalt uitdrukkelijk dat inzake vennootschapsbelasting, met uitzondering van een aantal specifieke in de wet vermelde gevallen, de gewestelijke belastingen, heffingen en retributies fiscaal niet aftrekbaar zijn. Bij de invoering van die maatregel werd daarnaast in de voorbereidende werkzaamheden gesteld dat vergoedingen die door de gewesten worden gevraagd als rechtstreekse en proportionele tegenprestatie voor de bijzondere dienstverlening die uitsluitend ten gunste van de belastingplichtigen die van de dienst genieten, werd verricht, niet onder die bepaling vallen. Dat zal steeds geval per geval moeten worden nagegaan. Die maatregel is sinds de invoering ervan, op dat vlak ongewijzigd gebleven.
De verplichte verstrekking van een bodemattest bij de overdracht van gronden kadert in het bodembeleid dat gericht is op een duurzaam bodembeheer waarbij onder meer getracht wordt om waardevolle bodems te vrijwaren door ze te beschermen tegen verontreiniging en verstoring (zie inzonderheid de artikelen 3 en 101 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming). De retributie die ermee verband houdt (zie eveneens de artikelen 215 en volgende van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming), valt dan ook onder de toepassing van artikel 198, §1, 5°, WIB 92.
De overdrager van de grond of, in voorkomend geval, de gemandateerde (bijvoorbeeld een makelaar of notaris) moet bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver (zie inzonderheid artikel 101, §1 van het voormelde decreet van 27 oktober 2006). Wanneer die gemandateerde de bedoelde retributie zelf zou betalen, zal die in principe voor hem fiscaal aftrekbaar zijn en (forfaitair) worden doorgerekend aan de opdrachtgever (verkoper). Voor de verkoopster-vennootschap is die retributie evenwel een verworpen uitgave.
