Parlementaire vraag nr. 777 van de heer Willem-Frederik Schiltz van 17.02.2014

Parlementaire vraag nr. 777 van de heer Willem-Frederik Schiltz dd. 17.02.2014

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/156 dd. 14.04.2014, blz. 99

Inkomstenbelastingen. - Buitenlandse vennootschappen. - Mandaat als bestuurders bij een Belgische vennootschap. - Bezoldiging

VRAAG (van de heer Schiltz)

Stel dat een buitenlandse vennootschap een bezoldiging ontvangt voor de uitoefening van een mandaat als bestuurder bij een Belgische vennootschap. Zij beschikt voor de uitoefening van het mandaat niet over een "Belgische inrichting" zoals vermeld in artikel 229 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna "WIB 1992"). Als vaste vertegenwoordiger van de buitenlandse vennootschap bij de uitoefening van het mandaat bij de Belgische vennootschap treedt één van de bestuurders (natuurlijke persoon) van de buitenlandse vennootschap op. Deze bestuurder heeft geen (fiscale) woonplaats in België. Voor de activiteiten als vaste vertegenwoordiger van de buitenlandse vennootschap ontvangt de natuurlijke persoon van de buitenlandse vennootschap persoonlijk een vergoeding. De buitenlandse vennootschap zal in België op voornoemde bezoldiging onderworpen zijn aan de Belgische belasting der niet-inwoners op basis van artikel 228, § 2, 6° WIB 1992. Op basis van artikel 235, 2° WIB 1992 wordt het nettobedrag van de belastbare inkomsten bepaald volgens de regels die van toepassing zijn op de vennootschapsbelasting. Artikel 237 WIB 1992 bepaalt verder dat voor de aftrek als beroepskosten alleen de kosten in aanmerking komen die uitsluitend op de overeenkomstig de artikelen 228 tot 231 WIB 1992 in België belastbare beroepsinkomsten drukken. Op basis van deze situatie rijzen de volgende vragen. 1. Laten deze artikelen dus toe dat de buitenlandse vennootschap slechts belast wordt op het bedrag van de door haar ontvangen bestuurdersbezoldiging verminderd met de bezoldiging aan de vaste vertegenwoordiger? 2. In bevestigend geval, zal de natuurlijke persoon, welke als vaste vertegenwoordiger optreedt, in België belastbaar zijn op de door hem persoonlijk ontvangen bezoldiging op basis van artikel 228, § 2, 6°, b) WIB 1992? 3. Is het correct dat artikel 240 WIB 1992 op deze situatie niet van toepassing is omdat het enkel de situatie behandelt waarbij er sprake is van een Belgische inrichting?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De door het geachte lid gestelde vraag heeft betrekking op de omgekeerde problematiek van diegene die wordt omschreven in zijn vraag nr. 774 van 17 februari 2014. Om dezelfde reden is het mij niet mogelijk om, gelet op het ontbreken van de noodzakelijke juridische en feitelijke beoordelingselementen, op deze vraag te antwoorden. (Vragen en Antwoorden Kamer, 2013/2014, nr. 156)