Parlementaire vraag nr. 398 van mevrouw Colen van 24.04.1996

VRAAG 96/398
Bull. nr. 765, pag. 2344
Belastingdiensten - Controles - Gebruik van inlichtingen van credit card-instellingen
Bij sommige controles door de belastingdiensten worden inlichtingen gebruikt die voortkomen van internationale credit card-instellingen, al dan niet via financiële ondernemingen.
1. Gebeurt dit gebruik systematisch, zowel voor privé-kaarten als voor kaarten die op naam van een firma staan dan wel een professioneel karakter hebben?
2. Is om het even welke controlerende ambtenaar bevoegd om deze inlichtingen respectievelijk op te vragen op te gebruiken?
3. Zijn de credit card-maatschappijen verplicht die inlichtingen te verstrekken in het binnenland of/en in het buitenland?
4. Geldt dit ook voor de zogenaamde "call back-communicaties of call trough-verbindingen"?
5. Geldt in deze zaak de beperking die de wet op de privacy bepaalt, onder meer wat het afluisteren betreft, daar er vaak geen essentieel verschil is tussen het feit dat een communicatie heeft plaatsgehad met een correspondent en wat de inhoud was van dit gesprek?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 318, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is het de ambtenaren van de administratie der directe belastingen en/of de administratie van de bijzondere belastinginspectie niet toegelaten aan de kredietkaartmaatschappijen inlichtingen te vragen met het oog op het vestigen van aanslagen in de directe belastingen ten name van de kaarthouders-cliënten van die maatschappijen.
Indien evenwel de op grond van de artikelen 315 en 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingestelde enquête concrete gegevens aan het licht brengt die het bestaan kunnen doen vermoeden van een mechanisme dat de organisatie van inbreuken op de fiscale wet ten doel of tot gevolg heeft en dat een medeplichtigheid insluit, tussen de instelling en de cliënt, met het oog op belastingontduiking, kan de directeur-generaal van de administratie van de bijzondere belastinginspectie, met de toestemming van de administrateur-generaal van de belastingen, een ambtenaar met de graad van tenminste inspecteur ermee belasten uit de rekeningen, boeken en documenten van de instelling de inlichtingen te putten, die het mogelijk maken de enquête te voltooien en de door deze cliënt verschuldigde belastingen te bepalen.
De op grond van voorgaand lid verzamelde inlichtingen kunnen zowel door de ambtenaren van de administratie der directe belastingen als van de bijzondere belastinginspectie worden aangewend om het bedrag te bepalen van de belasting die door ieder van de bij de belastingontduiking betrokken cliënten verschuldigd is.
Hetgeen voorafgaat doet bovendien geen afbreuk aan het recht van de administratie om, krachtens artikel 358 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, aanslagen of aanvullende aanslagen te vestigen op grond van rechtsgeldig bekomen inlichtingen en/of bescheiden spruitende uit gerechtsdossiers waarin kredietmaatschappijen betrokken of vernoemd zijn.
Ik heb geen kennis van enigerlei schending van de wet op de privacy of van afluisterpraktijken begaan door ambtenaren belast met de zetting en de invordering van de inkomstenbelastingen.