Parlementaire vraag nr. 381 van mevrouw Kathleen Depoorter van 27.05.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/022, d.d. 02.07.2020, blz. 164
Dubbelbelastingovereenkomst. - Onderhandelingen met Nederland. - Heffingsbevoegdheid pensioenen.
VRAAG
Nederland wenst artikel 18 van het actuele dubbelbelastingverdrag met België, waarbij de heffingsbevoegdheid over pensioenen en soortgelijke beloningen is toegewezen aan de woonstaat van de belastingplichtige, te wijzigen in die zin dat het heffingsrecht over pensioenen en soortgelijke beloningen ter heffing worden toegewezen aan de bronstaat. De heffing aan de bronstaat geniet volgens het Belgisch standaardmodel ook de voorkeur.
Kunt u aangeven of een dusdanige wijziging bij de onderhandelingen met Nederland ook de voorkeur geniet van België?
1. En zo ja: of de belastingheffing op basis van de bronstaat gelijk spoort met de toewijzing van de premieplicht voor de sociale zekerheid?
2. In welke mate wordt er afbreuk gedaan aan het beginsel dat gepensioneerden die in eenzelfde land wonen na premieheffing en belastingen eenzelfde koopkracht hebben bij eenzelfde bruto pensioen?
3. Wat zouden hiervan de budgettaire meer- of minderontvangsten zijn voor België?
4. Hoeveel actueel gepensioneerden die in België wonen, genieten een pensioen uit de bronstaat Nederland?
5. Hoeveel actueel gepensioneerden die in Nederland wonen, genieten een pensioen uit de bronstaat België?
6. Wat zijn de gevolgen voor actueel in België wonende gepensioneerden in de verdragsrelatie?
a) Zullen zij meer of minder personenbelasting betalen wanneer Nederland de heffingsbevoegdheid zou verkrijgen over de Nederlandse pensioenen?
b) Verschilt uw antwoord naargelang het belastbaar pensioen onder, tussen of boven de grensbedragen ligt zoals vermeld in artikel 152 WIB92?
7. Wordt er onderhandeld over een overgangsregeling op grond waarvan actueel gepensioneerden in de verdragsrelatie geen financieel nadeel zouden ondervinden van de wijziging?
ANTWOORD
Zoals u aangeeft wordt in het Belgisch model van dubbelbelastingverdrag de heffingsbevoegdheid inzake private pensioenen toegewezen aan de bronstaat. In principe is dit ook de Belgische uitgangspositie bij de onderhandeling van dubbelbelastingverdragen. Desondanks dient elke onderhandeling apart te worden beoordeeld, rekening houdend met het aantal belanghebbenden (natuurlijke personen, ondernemingen, overheidsinstellingen), de financiële en economische banden met de partnerstaat, de respectievelijke fiscale stelsels, de bestaande verdragssituatie, en de impact van de mogelijke verdragswijzingen.
Om de goede afloop niet in het gedrang te brengen kan ik u geen verdere details verstrekken over de onderhandelingen met Nederland. Ook ten aanzien van andere landen respecteren we trouwens de vertrouwelijkheid van de besprekingen en de verschillende posities.
1, 2 en 6. Ondanks het feit dat dit behoort tot de bevoegdheid van de minister van Sociale Zaken meen ik uit de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, te kunnen afleiden dat de sociale premieheffing op pensioenen wordt geregeld door de wetgeving van de woonstaat van de pensioengerechtigde. Dit spoort niet met de toewijzing van de heffingsbevoegdheid inzake inkomstenbelasting aan de bronstaat.
De impact hiervan op personen die inwoner zijn van éénzelfde land (bijv. België), die hetzelfde bruto-pensioen ontvangen maar waarbij het pensioen in het ene geval afkomstig is uit het woonland (België) en in het andere geval uit het partnerland (Nederland), zal gezien de veelheid aan mogelijkheden (uitkering in rente of kapitaal, wettelijk of extra-wettelijk pensioen, bedrag van de uitkering, gezinssituatie, andere inkomsten, enz.) per categorie van gevallen of zelfs geval per geval moeten worden beoordeeld.
Dit geldt ook voor de berekening van de impact van de invoering van de bronstaatheffing ten aanzien van de huidige verdragsregeling. De regeling die in het huidig verdrag met Nederland is opgenomen voorziet trouwens dat in sommige gevallen niet de woonstaat maar wel de bronstaat in eerste instantie heffingsbevoegd is.
3, 4 en 5. Wat de budgettaire impact betreft, is het logisch dat eerst de definitieve overeenkomst moet gekend zijn alvorens een representatieve impact kan worden meegedeeld. Vanzelfsprekend worden intermediaire berekeningen gemaakt al naargelang de besprekingen vorderen maar het ligt voor de hand dat ik daarover evenmin kan communiceren op dit moment. Zoals reeds aangestipt wil ik geenszins de besprekingen met de collega's uit Nederland in gevaar brengen. Net zoals dat in onderhandelingen met andere landen het geval is, respecteren we de vertrouwelijkheid van de besprekingen.
7. Zie inleiding.
