Parlementaire vraag nr. 1522 van de heer Delcroix van 04.12.1998
VRAAG 98/1522
Vraag nr. 1522 van de heer Delcroix dd. 04.12.1998
Vr. en Antw., Senaat, 1998-1999, nr. 1-92, blz. 4869
Bull. nr. 794, pag. 1965
Baten. - Aanleg voorzieningen.
VRAAG
Steevast horen wij dat belastingplichtigen die "baten" genieten in de zin van artikel 27 WIB 92 geen provisies zouden kunnen aanleggen voor risico's en kosten die door ondernemingen worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of kosten die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn.
Mogelijkerwijs leiden sommigen dit af uit het feit dat de genieters van "baten" immers niet als "ondernemingen" zouden kunnen worden aangezien of dat zij een voorziening niet "boeken".
Dit lijken mij echter gevolgtrekkingen die niet zo duidelijk uit de wetteksten af te leiden zijn.
Immers, dat een beoefenaar van een vrij beroep of een ambt niet als een ondernemer zou beschouwd worden, is naar ons gevoelen mogelijkerwijs een voorbijgestreefde opvatting. En bovendien belet niets onzes inziens dat een dergelijke persoon een boekhouding voert waarin hij het feit dat bij bepaalde sommen reserveert voor waarschijnlijke toekomstige lasten, als zodanig te boek stelt.
Kan de geachte minister deze visie beamen ?
Zo ja, dringt een wijziging aan artikel 22 KB WIB 92, dat gebeurlijk nog altijd uitgaat van de oude begrippen,
zich niet op ?
Zo niet, wat is de werkelijke juridische grond om de aanleg van provisies voor genieters van baten te weigeren ?
ANTWOORD
Het geachte lid beoogt klaarblijkelijk de door "ondernemingen" geboekte waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, die overeenkomstig artikel 48 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) onder bepaalde voorwaarden kunnen worden vrijgesteld.
Ingevolge het koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen, vervangt de voormelde wetsbepaling het tot dan toe toepasselijke artikel 23 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, dat als volgt luidde:
"Binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt worden niet als winst aangemerkt, de waardeverminderingen en de voorzieningen voor risico's en lasten die worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of lasten welke volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn".
Uit de aanhef van dat koninklijk besluit blijkt dat de Koning, zonder de bepalingen inhoudelijk te wijzigen en met naleving van de principes ervan, onder meer de teksten kan vereenvoudigen en harmoniseren.
Zo werd de in het voormelde artikel 23 opgenomen uitdrukkelijke vermelding dat de beoogde vrijstelling alleen voor de inkomstencategorie "winst" geldt, ter gelegenheid van voornoemde coördinatie weggelaten daar zij in feite overbodig was.
Artikel 48 WIB 92 vormt immers een uitzondering op artikel 25, 5°, WIB 92, krachtens hetwelk alle reserves, voorzorgfondsen en voorzieningen als winst van nijverheids-, handel- of landbouwondernemingen belastbaar zijn.
Daaruit volgt dan ook dat de desbetreffende vrijstelling alleen op de voormelde winst van toepassing kan zijn en niet geldt voor de baten of de andere in artikel 23, § 1, WIB 92 vermelde categorieën van beroepsinkomsten.
Het is derhalve terecht dat in de artikelen 22, 24 en 27 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92, uitsluitend de inkomsten categorie "winst" voorkomt.
Vraag nr. 1522 van de heer Delcroix dd. 04.12.1998
Vr. en Antw., Senaat, 1998-1999, nr. 1-92, blz. 4869
Bull. nr. 794, pag. 1965
Baten. - Aanleg voorzieningen.
VRAAG
Steevast horen wij dat belastingplichtigen die "baten" genieten in de zin van artikel 27 WIB 92 geen provisies zouden kunnen aanleggen voor risico's en kosten die door ondernemingen worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of kosten die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn.
Mogelijkerwijs leiden sommigen dit af uit het feit dat de genieters van "baten" immers niet als "ondernemingen" zouden kunnen worden aangezien of dat zij een voorziening niet "boeken".
Dit lijken mij echter gevolgtrekkingen die niet zo duidelijk uit de wetteksten af te leiden zijn.
Immers, dat een beoefenaar van een vrij beroep of een ambt niet als een ondernemer zou beschouwd worden, is naar ons gevoelen mogelijkerwijs een voorbijgestreefde opvatting. En bovendien belet niets onzes inziens dat een dergelijke persoon een boekhouding voert waarin hij het feit dat bij bepaalde sommen reserveert voor waarschijnlijke toekomstige lasten, als zodanig te boek stelt.
Kan de geachte minister deze visie beamen ?
Zo ja, dringt een wijziging aan artikel 22 KB WIB 92, dat gebeurlijk nog altijd uitgaat van de oude begrippen,
zich niet op ?
Zo niet, wat is de werkelijke juridische grond om de aanleg van provisies voor genieters van baten te weigeren ?
ANTWOORD
Het geachte lid beoogt klaarblijkelijk de door "ondernemingen" geboekte waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, die overeenkomstig artikel 48 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) onder bepaalde voorwaarden kunnen worden vrijgesteld.
Ingevolge het koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen, vervangt de voormelde wetsbepaling het tot dan toe toepasselijke artikel 23 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, dat als volgt luidde:
"Binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt worden niet als winst aangemerkt, de waardeverminderingen en de voorzieningen voor risico's en lasten die worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of lasten welke volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn".
Uit de aanhef van dat koninklijk besluit blijkt dat de Koning, zonder de bepalingen inhoudelijk te wijzigen en met naleving van de principes ervan, onder meer de teksten kan vereenvoudigen en harmoniseren.
Zo werd de in het voormelde artikel 23 opgenomen uitdrukkelijke vermelding dat de beoogde vrijstelling alleen voor de inkomstencategorie "winst" geldt, ter gelegenheid van voornoemde coördinatie weggelaten daar zij in feite overbodig was.
Artikel 48 WIB 92 vormt immers een uitzondering op artikel 25, 5°, WIB 92, krachtens hetwelk alle reserves, voorzorgfondsen en voorzieningen als winst van nijverheids-, handel- of landbouwondernemingen belastbaar zijn.
Daaruit volgt dan ook dat de desbetreffende vrijstelling alleen op de voormelde winst van toepassing kan zijn en niet geldt voor de baten of de andere in artikel 23, § 1, WIB 92 vermelde categorieën van beroepsinkomsten.
Het is derhalve terecht dat in de artikelen 22, 24 en 27 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92, uitsluitend de inkomsten categorie "winst" voorkomt.
Bron: FisconetPlus
